Protocol tegen pesten

Colofon:
Jos van Remundt
Herman Bijsterbosch
eindredactie: Wouter Jacobs
ISBN 90-72998-44-8


Inhoudsopgave

1. Inleiding
2. Pesten en plagen
3. Een aantal feiten over pesten
4. Hoe kan de leerkracht of ouder met de pestsituatie omgaan?
5. Pesten is vaak een groepsgebeuren.
6. Adviezen hoe men pesten onder de aandacht kan brengen.
7. Algemene adviezen aan ouders/opvoeders betreffende pesten
8. Adviezen aan ouders/opvoeders van pesters
9. Adviezen aan ouders/opvoeders van gepeste kinderen
10. De vijf-sporenaanpak.
11. Projecten die u kunt gebruiken op uw basisschool bij de bovenstaande thema's.

Voor extra informatie Vleugels van de Tijd (liefde blz 110, Lijden blz. 113)

Kaderteksten
- Volkskrant: Kinderen met problemen lastig op te sporen (07.04.05)
- De eindeloze scheldpartij.
- Aanpakken op schoolniveau: helderheid, overleg en samenwerking.
- Papegaaienpraat
- Rollenspel
- Pestcarrousel
- Tips voor een gesprek met een kind in problemen

1. Inleiding

Kinderen worden gepest om iets waarin ze volgens de heersende groepsnormen anders zijn dan anderen. Bijvoorbeeld een pubermeisje dat met de groei van haar borsten achterblijft bij haar leeftijdgenoten, of als een kind kleiner blijft dan anderen. Een blank kind in een overwegend donkere groep kan gepest worden, evenals een kind van Marokkaanse of Turkse afkomst in een groep met veel Surinamers, een Edammer kind tussen Volendamse kinderen, een Volendammer tussen allemaal kinderen uit Amsterdam. Ook kleding die afwijkt van wat binnen een bepaalde groep de mode is kan aanleiding zijn tot pesten.
Deze voorbeelden hoeven echter niet automatisch tot pesten te leiden. Vaak is het onduidelijk waarom een kind wordt gepest.

2. Pesten en plagen

Er is een groot verschil tussen pesten en plagen.

Plagen verschilt op vier punten van pesten:
- plagen gebeurt niet systematisch
- bij plagen is er geen sprake van een ongelijke machtsverhouding
- geplaagde loopt geen fysieke of psychische schade op
- bij plagen komt én kan de geplaagde voor zichzelf opkomen.

Pesten
- gebeurt wel systematisch,
- er is sprake van een ongelijke machtsverhouding,
- de gepeste loopt psychische en/of fysieke schade op en
- de mogelijkheid om zich te verweren is niet aanwezig.

 

 

Kinderen met problemen lastig op te sporen. (Volkskrant van 07.04.05)
Bijna eenderde van de kinderen die met problemen kampen worden over het hoofd gezien.
Waarom zeggen kinderen die gepest worden vaak niets? Hoe komt dat?
- Uit schaamte: gepest worden past niet bij de verwachtingen die de ouders van het kind hebben.
- Uit angst dat de pesterijen zullen verergeren of nog meer in het geheim zullen plaatsvinden. Zeker als de pester dat 'beloofd' had.
- Het kind vindt dat gepest worden normaal is. Het is er van jongs af aan mee bekend. Vaak zijn het de ouders, broers, vrienden die zich er schuldig aan maken. Het kind weet niet beter, het hoort er gewoon bij.
- Het kind heeft zichzelf een verdedigingsmechanisme aangeleerd. Het kind ondergaat zo veel dat het zijn gevoelens buiten werking stelt.
- Uit angst dat de ouders in paniek raken, het naar buiten brengen, nog meer onrust veroorzaken, met oplossingen aankomen die het alleen maar erger maken.
- Uit angst niet geloofd te worden. Volwassenen - ouders en leerkrachten - nemen niet altijd serieus wat het kind zegt, luisteren half, bagatelliseren of ontkennen het.
- Het kind denkt of hoopt dat het wel een keer zal ophouden.
- Het kind denkt dat het zelf schuld heeft, het zelf heeft uitgelokt. Zeker als anderen, de meelopers, de toeschouwers en de opvoeders je daar in bevestigen.


3. Een aantal feiten over pesten:

  • Van alle gepeste kinderen praat ruim een derde er niet over met anderen; de gepeste gaat ervan uit dat er toch niets aan gedaan kan worden
  • Gepeste kinderen halen gemiddeld lagere cijfers dan niet-gepeste kinderen en kunnen in de groep niet altijd goed meekomen. Ook kunnen ze last hebben van slaapstoornissen.
  • Pesten is niet de schuld van een of meerdere pestkoppen. Het ligt eerder aan de globale sfeer in de groep. Bijvoorbeeld door een overmatige aandacht voor hoge cijfers of door een leerkracht die de groep niet aankan.
  • Pesten kun je niet alléén oplossen, je moet het altijd samen met anderen doen.
  • Er zijn mensen die beweren dat je van pesten 'hard' wordt. Dat is onjuist. Van pesten word je verdrietig en het neemt je zelfvertrouwen weg.
  • Meelopers en toekijkers zijn al die anderen die niet echt meepesten en zelf ook niet snel gepest worden. Ze doen soms een beetje mee of proberen bij de pester in het gevlij te komen, bang dat ze zijn zelf het slachtoffer zullen worden.
  • Praten over pesten is geen klikken of verraad. Je moet erover praten, anders wordt het erger. Als het onbesproken blijft kan de gepeste naar min of meer extreme middelen grijpen om aandacht te trekken.
  • Pesters hebben moeite met vrienden maken of in de smaak te vallen. Dus gaan ze maar stoer doen.
  • Een aantal pesters zijn vroeger zelf gepest of worden op een andere plek gepest. Op een nieuwe school of in een nieuwe situatie willen ze geen slachtoffer meer zijn en worden daarom dader.
  • Pesters en kinderen die langdurig gepest worden, leren niet op de juiste manier met anderen om te gaan. In hun latere leven kan dat problemen opleveren in hun contacten, relaties en beroepsperspectief.
  • Mensen die pesten doen dat vaak voor de kick.
  • Pesters beseffen veelal niet wat ze de ander daarmee aandoen. Rollenspel is daarom een goede methode om hen daarvan van bewust te maken.
  • Niet alleen gepeste kinderen kunnen ongelukkig worden. Ook de pester zelf kan heel eenzaam zijn, omdat anderen uit angst geen echte relatie met hem/haar durven aan te gaan.
  • Pesten gebeurt meestal in een groep. Pesters hebben toeschouwers nodig die hen stimuleren in het pesten.
  • Het is voor de pester vaak moeilijk om met zijn gedrag te stoppen, ook al zou deze het willen. De pester heeft een bepaalde rol aangemeten gekregen en gaat ermee door omdat hij denkt dat de meelopers en de toeschouwers van hem verwachten.

    Pesten begint vaak met woorden! Wanneer men hier laconiek op reageert kan dat leiden van kwaad tot erger. Het beste is direct 'ingrijpen'.
    Zie
    Een school om in te wonen (regel: 'Let op je woorden!')

De eindeloze scheldpartij
(Hans Dorrestijn en Willem Wilmink, uit J.J. de Bom voorheen
'De Kindervriend' Vara t.v.)

Gisteren op het schoolplein
toen was het weer raak.
toen riep Jochem: 'Vuurtoren!'
Dat doet die rotzak vaak
Daarna zag ik een neger
met een pikzwarte huid,
en omdat ik zo de pest in had,
schold ik dié toen uit.

Een zwart gezicht of juist een wit
of sproeten op de wang,
de scheldpartij is eindeloos
en duurt al eeuwenlang.

Vandaag heb ik gelachen
want een jongen schold me uit,
het ging weer een keertje
over mijn zwarte huid.

Toen ik werd uitgescholden,
toen schoot ik in de lach:
die jongen had het roodste haar
dat ik van mijn leven zag.
Meestal roep ik 'kaaskop'
of 'bleekscheet' of zo iets,
maar tegen zo'n rooie vuurtoren
riep ik gewoon maar niets.

Een zwart gezicht of juist een wit
of sproeten op de wang,
de scheldpartij is eindeloos
en duurt al eeuwenlang.

Als een kind maar iets bijzonders heeft,
een bril, een moedervlek,
dan begint de scheldpartij,
en dat is toch te gek.

Als de merel nou zou lachen
om de lijster of de spreeuw?
Of de regen zou gaan schelden
op de hagel of de sneeuw?
Nee, zo gek is de merel niet,
maar jij, jij bent het wel,
als jij op de Molukkers scheldt
vanwege hun bruine vel.
Dus ga je nou maar schamen
met een rooie kop,
en dat verdomde schelden,
hou daar nou eens mee op!

4. Hoe kan de leerkracht of ouder met de pestsituatie omgaan?

De begeleider of leerkracht kan met de kinderen in een gesprek de heersende groepsnormen aan de orde stellen. Welke kinderen in de groep geven de toon aan, welke worden gepest of vallen buiten de boot?
Om deze groepgesprekken goed te laten verlopen, moet er dan ook een sfeer van vertrouwen in de groep zijn. (
Een school om in te wonen). De kinderen moeten zich bij u en bij elkaar veilig voelen en er moet voldoende aandacht zijn voor ieders verhaal.
Om het gesprek op gang te brengen, kunt u vragen stellen als

- Wat doet pesten je/jullie?
- Wat is het verschil tussen pesten en plagen?
- Hoe zou een gepeste zich voelen?
- Hoe zou een pester zich voelen?
- Hoe zou een meeloper of een toeschouwer zich voelen?

Om te oefenen met de gevoelens: zie Ik kon mijn adem niet ademen!

 

Aanpak op schoolniveau: helderheid, overleg en samenwerking.

- Duidelijk maken bij leerkrachten, leerlingen en ouders wat onder pestgedrag verstaan wordt en dat dat niet getolereerd wordt.
- Afspraken maken over hantering van (gedrag-)regels door de leerkrachten en de ouders. Er zijn drie belangrijke regels:
a
. we pesten anderen niet;
b
. we zullen degenen die gepest worden helpen;
c
. we zorgen ervoor dat iedereen het naar de zin heeft in de groep en dat niemand alléén komt te staan.(
Een school om in te wonen).
- Voor iedereen zichtbare maatregelen tegen pesten nemen.
- Organiseren van ouderbijeenkomsten over de regels, klimaat, veiligheid, pesten, geweld, media op school, op 'straat' en thuis.
- Teamoverleg en nascholing over de ontwikkeling van het schoolklimaat. Dit is van groot belang, want het gaat niet alleen om bestrijding van het probleem maar ook om preventie! Zie volgende punt.
- Belangrijk: bevorderen van samenwerking tussen de leerlingen. Onderzoeken geven aan dat waar kinderen samenwerken en verantwoordelijkheid dragen voor hun handelen en functioneren op school, er in verhouding minder pest wordt dan daar waar traditioneel (klassikaal, frontaal) les gegeven wordt. Samenwerken zorgt voor betere leerprestaties, voor meer acceptatie onderling, meer positief gedrag tegenover elkaar. Het vergroot behulpzaamheid en minder vooroordelen. Coöperatief leren wordt gekenmerkt door een onderlinge positieve afhankelijkheid van de groepsleden. De kinderen hebben elkaar nodig om tot een goed resultaat te komen. De verschillen tussen hen kunnen positief werken, ze leren die verschillen te respecteren. Klassikaal en frontaal werken benadrukt in negatieve zin eerder de verschillen tussen de leerlingen dan de overeenkomsten.
- Regelmatig kringgesprekken houden. Regelmatige evaluatie zorgt ervoor dat iedereen betrokken en alert blijft. (Bijvoorbeeld naar aanleiding van de 'maandregels' uit het project Een school om in te wonen.) Een positieve sociale betrokkenheid kan ertoe leiden dat potentiële pesters niet snel een kans krijgen.
- Maak gebruik van rollenspel, jeugdliteratuur, jeugdjournaal, projecten om hiermee het probleem goed onder de aandacht te brengen en te houden (Rode Ballon, Tasjesdief, Wij willen het anders!, Ik kon mijn adem niet ademen).

Bron: Sociale relaties in de klas, een onderzoek naar pesten op school, Herman Bijsterbosch, Utrecht 1992.

Kinderen die gepest worden voelen zich vaak eenzaam en onbegrepen. Ze hebben het idee nergens met hun verhalen terecht te kunnen, bang uitgelachen en nog meer gepest te zullen worden als ze het probleem naar buiten brengen. Het gepeste kind voelt zich boos, verdrietig en vernederd. Ouders en leerkrachten moeten dit wel herkennen en begrijpen. Pas nadat deze gevoelens geaccepteerd zijn kan het kind een positieve kijk op zichzelf ontwikkelen. Daarmee wordt een eerste en belangrijke stap gezet in het versterken van de eigenwaarde van het kind. Deze erkenning door de volwassene schept een vertrouwensband waardoor het gesprek op een goede manier vervolgd kan worden.
Om samen met de kinderen duidelijk te krijgen wat er aan het pesten te doen is, is het nodig een beeld van de situatie te krijgen. Zoveel mogelijk feiten boven water krijgen: waar, wanneer, hoe en door wie wordt er gepest? En waarom?! Waarbij u ook bespreekt hoe de kinderen daarop reageren, want bepaald gedrag kan de pester 'belonen' en daarmee het pesten versterken.
Vervolgens stelt u de vraag of degenen die gepest worden er al eerder iets tegen hebben ondernomen en welk resultaat dat had. Laat daarbij uw waardering blijken over die genomen initiatieven. Als het probleem er nog ligt zal besproken moeten worden welke oplossingen ze zelf zien.
Het blijkt dat wanneer de kinderen over hun beleving hebben kunnen vertellen en zich hierin gesteund weten, er ruimte gecreëerd wordt om met eigen oplossingen te komen.
Zelf oplossingen aandragen geeft vertrouwen, ook naar de toekomst toe. Adviezen en oplossingen van anderen motiveren namelijk niet altijd om het heft in eigen hand te nemen. Uiteraard kunnen andere kinderen suggesties aandragen, maar belangrijk is dat het kind in kwestie voldoende ruimte blijft houden. Samen met de kinderen zet u de genoemde oplossingen op een rij om een keuze te maken welke oplossing het kind denkt te kunnen uitvoeren en wie daar eventueel bij kan helpen.
Een rollenspel kan de situatie verhelderen en de gepeste over de drempel helpen. Wanneer het kind op dat moment nog niet in staat is om het probleem aan te gaan, dan moet dat geaccepteerd worden en volstaat het gesprek met het geven van respect en emotionele steun.

 

Papegaaienpraat
(uit: de trapeze, door Annet van Battum en Harriet Laurey)

Er waren eens twee papegaaien
in een en dezelfde kooi.
Een blauwe, bijzonder fraaie
en een groene haast even mooi

Ze konden elkaar niet lijden.
Ze pikten elkaar in de kop.
en wat ze dan elkaar allemaal zeiden,
dat schrijf ik maar liever niet op.

Ze wilden niet samenzitten
op een en dezelfde tak.
Ze lustten geen zonnepitten
uit een en dezelfde bak

Nu hebben die papegaaien
ieder een kooi apart.
Daar zitten ze te lawaaien
daar krijsen ze eens zo hard:

We waren zo tevrejen ……
We hadden het samen zo mooi ….
We wilden weer met ons tweeën
in één en dezelfde kooi!

 
*)

Rollenspel naar aanleiding van het bovenstaande gedicht waarbij de verschillende fasen duidelijk worden.

Rollenspel
Een rollenspel is een vorm van fantaseren hoe men de werkelijkheid kan ervaren. Een rollenspel speelt men om een situatie of een probleem te verduidelijken. Om te zien hoe de situatie van jezelf of van iemand anders in elkaar zit en die te ervaren. Men kan veilig experimenteren in bepaalde al of niet problematische situaties.
Van belang bij een rollenspel is:
- goede begeleiding en zeker niet sturend omgaan met de losgekomen emoties
- weten wat men met het rollenspel wil bereiken
- weten welke rol de kinderen moeten spelen
- kinderen niet dwingen
- er de tijd voor nemen
- vraag kinderen die kijken of ze op iets speciaals willen letten
- na afloop eerst de spelers vragen hoe ze het ervaren hebben, alvorens de toeschouwers en waarnemers hun mening zeggen
- het gaat niet om de kwaliteit van de spelers, maar om de inhoud
- herhaal het met een nieuwe situatie

5. Pesten is vaak een groepsgebeuren.

Het is van belang dat de kinderen weten dat pesten als een uiting van frustratie in allerlei groepen voorkomt. De pester reageert zich af op degene die 'onder' hem staat en denkt daarmee zijn status in de groep te verhogen. De kinderen moeten begrijpen dat de schuld van het pesten niet bij de gepeste ligt. Van belang is dat kinderen zich realiseren dat de pester afhankelijk is van de reacties op zijn gedrag. Hoe emotioneler die reactie, hoe leuker het voor hem/haar is, een beloning en aanmoediging ermee door te gaan.
De beste reactie is het pesten te negeren. De pester heeft dan geen eer meer van zijn/haar werk. Negeren heeft echter niet altijd resultaat. Het kan zijn dat de pester dan nog harder probeert, of andere slachtoffers zoekt.
Als pesters maar doorgaan, is hulp van buitenaf noodzakelijk! Beter is echter dat kinderen het zoveel mogelijk zonder deze hulp oplossen.

Pestcarrousel

Werknemer Henk moet bij zijn chef komen. De chef is boos op Henk, want hij heeft de dag ervoor vergeten zijn corvee te doen. Henk is verbaasd over de heftige reactie van zijn chef. Waarom eigenlijk? Zo erg was het toch niet?
Het zit Henk de hele dag dwars en op weg naar huis mokt hij hierover voort.
Thuisgekomen wordt hij boos op Christella, zijn vrouw, want de krant is nog niet binnen.
Wanneer de oudste zoon binnenkomt en met zijn schoenen aan de kamer binnenloopt, pakt Christella haar zoon in zijn nek en geeft aan dat hij zijn schoenen uit moet doen.
Jordi kijkt verbaasd en denkt: "Waarom zo pissig?"
Wanneer Jordi de kamer binnenkomt, jaagt hij zijn zus Maaike van de bank.
Zus Maaike boos naar boven en wil op haar bed liggen en daarvoor moet de kat van het bed. Kat springt schreeuwend naar beneden, ziet de goudviskom en slaat de goudvis uit de kom.
Vis dood!
Tijdens het eten vraagt Christella aan Henk waarom hij met een rotbui naar huis kwam. Hij verteld van de uitbrander van zijn chef. Christella is verbaasd, want zo kent zij de chef niet en oppert Henk om hem even te bellen. Henk belt naar zijn chef en nu blijkt dat de directeur de chef heeft laten weten dat de 'norm' niet is gehaald en dat er maatregelen genomen moet worden.

Vraag: is de dood van de goudvis nu de schuld van de directeur!?


*)

6. Adviezen hoe men pesten onder de aandacht kan brengen.

Het is raadzaam om regelmatig de problematiek van het pesten onder de aandacht te brengen. Dat kan in een school- of buurtkrant of in een infobulletin. U kunt het project Een school om in te wonen goed gebruiken als aanleiding of als kapstok dat aan de orde te stellen. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de regel: Let op je woorden. U kunt daarbij gebruik maken van de volgende adviezen:

7. Algemene adviezen aan ouders/opvoeders betreffende pesten:

- neem het probleem serieus
- neem de ouders/opvoeders van het gepeste kind serieus
- maak het tot een gemeenschappelijk probleem
- vraag aan de leerlingenbegeleiding om aandacht voor dit probleem
- vraag om toezicht
- vraag tijdens de 'tien minuten'-gesprekken met de leerkracht naar de sociale relaties in de klas
- praat met uw kind
- geef een goed voorbeeld
- corrigeer uw kind als het voortdurend anderen buitensluit
- leer uw kind assertief te zijn (zie tips)
- leer uw kind sociale vaardigheden
- leer uw kind ook voor anderen op te komen

Tips.
Hoe kunnen de kinderen reageren als ze gepest worden:
Non-verbaal:
* negeren
* weglopen
* lach, zeg niets en kijk de persoon recht in het gezicht. Dit laat zien dat het jou niets kan schelen wat hij zegt.
Verbaal:
* "Zeg dat niet tegen me, wat schiet je ermee op?"
* wanneer er iets over kleding wordt gezegd: "Als jij mijn kleren niet mooi vindt, kijk dan de andere kant op!''
* wanneer er iets over het uiterlijk wordt gezegd: "Zeg het nog eens, ik heb het niet goed verstaan"

8. Adviezen aan ouders/opvoeders van pesters.

- neem het probleem serieus
- raak niet in paniek
- probeer achter de oorzaak van het pesten te komen
- beschuldig het kind niet; bezorg hem/haar geen schuldgevoel
- probeer het kind gevoelig te maken voor wat het anderen aandoet.
Dramaproject:
Ik kon mijn adem niet ademen
- geef uw kind positieve aandacht (samen bezig te zijn, spreken over dingen die uw kind bezig houden, interesse tonen voor zijn/haar hobby's)
- stimuleer uw kind aan sport, muziek, dans te doen, te helpen op een kinderboerderij. Verveling, niet samen kunnen spelen en werken, en doelloosheid zijn vaak oorzaken van pestgedrag.
- Voor hen die het pesten achter zich hebben gelaten blijft het negatieve imago hen achtervolgen. Daarom is een aanpak op schoolniveau van belang (zie kadertekst).

 

9. Adviezen aan ouders/opvoeders van gepeste kinderen:

Wat kunt u doen als u weet of vermoedt dat uw kind gepest wordt?

Als het buiten de school plaatsvindt (betrokkenen zijn geen medeleerlingen):
- zoek bescheiden en informeel (telefonisch) contact met andere ouders/opvoeders;
- leg het probleem voor en stel voor om gezamenlijk een oplossing te zoeken.

Als de betrokkenen wel medeleerlingen zijn:
- zoek bescheiden en informeel (telefonisch) contact met andere ouders/opvoeders;
- leg het probleem voor en stel voor om gezamenlijk een oplossing te zoeken;
- en/of stel de leerkracht op de hoogte;
- praat er thuis over, eventueel aan hand van deze teksten, een leesboek of videomateriaal over het onderwerp.

U mag er met niemand over praten?
- praat er juist wel met andere ouders en opvoeders over;
- steun uw kind en verdiep u in het onderwerp;
- Geef uw kind positieve aandacht (samen bezig te zijn, spreken over dingen die uw kind bezig houden, interesse tonen voor hobby's);
- stimuleer uw kind om aan sport, muziek, dans te doen, helpen op een kinderboerderij (verveling, niet samen kunnen spelen en werken, en doelloosheid kan een kind wat gepest wordt zich verder in een isolement drijven);
- houd de communicatie open;
- laat uw kind opschrijven wat het meegemaakt heeft of mandala's inkleuren (
mandala's).

Tot slot: accepteer de situatie niet, uw kind heeft recht op een oplossing!
- schakel zonodig externe instanties in wanneer niets lijkt te helpen: schoolarts, huisarts. De mogelijkheden hiertoe zijn verschillend per gemeente.
Het maatschappelijk werk of de GGD kunnen vaak hulp en advies bieden.
Soms biedt de schoolbegeleidingsdienst steun aan kinderen en ouders. Meestal moet u dan via de school contact zoeken.
- Riaggs hebben een aparte jongerenafdeling. Daar worden allerlei trainingen en gespreksgroepen georganiseerd, bijvoorbeeld sociale vaardigheidstrainingen. Jongeren krijgen er praktische tips en ideeën om op een plezierige manier in een groep met elkaar om te gaan. Ze leren hoe je contacten legt en hoe je zonder ruzie duidelijk maakt dat jij een andere mening hebt.
- Wanneer u de vertrouwenspersoon wilt inschakelen, wees hiermee behoedzaam. Vaak wordt dan een proces in gang gebracht dat niet meer terug te draaien is. Het kan gebeuren dan men hierdoor nog meer in problemen komt!

Tips voor een gesprek met een kind in problemen.
Gesprekken met kinderen vinden plaats vanuit een communicatieve levenshouding waarin ze serieus worden genomen als gesprekspartner met hun eigen waarden en normen. Evenals hun inzicht in de situatie en hun vermogen om daar invloed op uit te oefenen.

Deze houding laat zich vertalen in actief luisteren!
Actief luisteren betekent zoveel als: tijdens het verhaal van het kind op herkenbare wijze laten blijken dat men het verhaal wil begrijpen en dat men deelgenoot is. Dit stimuleert het kind verder te praten. Het voelt zich begrepen en geaccepteerd.

Voorwaarden:
- Er moet sprake zijn van een persoonlijk probleem waarin emoties een rol spelen.
- Bereidheid echt te willen helpen. Wat men zegt is gemeend! Geen foefjes.
- Er moet voldoende tijd zijn.
- Als luisteraar zijn eigen beleving in de koelkast kunnen zetten.
- Er vanuit gaan dat het kind zelf kan beslissen wat het wil (waarbij het vaak nog wel informatie nodig kan hebben over de mogelijkheden).
- Laat het kind aan het woord! U vat eventueel slechts samen om structuur aan te brengen en het kind te laten corrigeren in geval u het niet goed hebt begrepen!

De ervaringen en beleving van het kind staan centraal, het kind wordt gestimuleerd zijn/haar verhaal te vertellen en wordt ondersteund in zijn/haar emoties. Samen wordt eventueel besproken hoe het zelf, al of niet met hulp van anderen, verandering kan aanbrengen in de omstandigheden of gevoelens die als problematisch worden ervaren.
Tip boek: 'Luister je wel naar mij?'
Gespreksvoering met kinderen tussen vier en twaalf jaar.
(2000, Martine Delfos)
Literatuur over gespreksvoering met kinderen bestaat nauwelijks. In 'Luister je wel naar mij' beschrijft Martine Delfos hoe gesprekken met kinderen van vier tot en met twaalf jaar gevoerd kunnen worden. Hoe krijg je ze aan de praat over wat hen bezighoudt? Moet je praten en spelen tegelijk? Welke vraagtechnieken zijn op welke leeftijd geschikt? Hoe schat ik de mentale leeftijd van een kind in? Hoe zorg je dat het kind een optimale getuige is?
'Luister je wel naar mij?' is een boek over gespreksvoering met kinderen tussen vier en twaalf waarin het meest recente onderzoek (WESP) verwerkt is tot een model van leeftijdsafhankelijke vormen van gespreksvoering. Het is geschikt als leerboek voor mensen die met kinderen in de basisschoolleeftijd werken, van leerkracht, tot politieagent, tot therapeut.

interessant


10. De vijf-sporenaanpak
voor school, buurthuis, (sport)vereniging en ouders.(van Bob van der Meer)

De vijf sporen:
a. hulp aan het slachtoffer (zie hierover boven)

b. begeleiding / hulp aan de pester
- met het kind bespreken wat pesten voor een ander betekent (rollenspel)
- het kind helpen om op een positieve manier om te gaan met andere kinderen
- het kind leren om zich aan de regels en afspraken te houden
- eventueel hulp inroepen

c. mobiliseren van de rest van de groep
- bewust maken waarom regels belangrijk zijn en waarom kinderen zich aan de regels te laten houden
- bewust maken van hun rol van meelopers of toeschouwer
- samen met de kinderen zoeken naar oplossingen: hoe wordt het in de groep fijn. Wanneer voel iedereen zich veilig!
- kinderen kunnen in het proces een actieve rol vervullen

d. achtergrondinformatie en adviezen voor buurtwerkers, ouders en leerkrachten
- de leerkrachten en de rest van de schoolorganisatie en andere betrokkenen informeren over pesten als algemeen verschijnsel en over de aanpak ervan in de eigen groep en de eigen school
- werken aan het tot stand brengen van een algemeen beleid van de school rond veiligheid en pesten waar alle partijen bij betrokken zijn:
Een school om in te wonen!

e. achtergrondinformatie en adviezen voor de ouders en opvoeders
- informatie en advies geven over pesten en de manieren waarop pesten kan worden aangepakt.
- in samenwerking tussen school en ouders het pestprobleem aanpakken.

Bob van der Meer:
"In de praktijk merken we dat het vijf-sporenbeleid school en ouders dichter bij elkaar brengt: er ontstaat een goede samenwerking om van de school een veilige plaats te maken waar ieder kind zich thuis voelt."
Uit: Pesten op school (1991)

Het zou waardevol zijn een gemeenschappelijk referentiekader te creëren. Bijvoorbeeld aan de hand van het project 'Een school om in te wonen' gaan werken met voor iedereen dezelfde regels en pictogrammen.

*)

11. Projecten die u kunt gebruiken op uw basisschool bij de bovenstaande thema's:

Groep 1 - 3: De mooiste vis van de zee
Groep 5 - 6: De Tasjesdief
Groep 4 - 5:
Goede manieren
Groep 5 - 7:
Ik kon mijn adem niet ademen
Groep 5 - 7:
Wij willen het anders
Groep 8:
David, held en schurk

Het project: Een school om in te wonen is geschikt voor alle groepen, door alle jaren van de basisschool heen!

*) leerlingen van de basisschool "De Piramide" te Edam (1998)

 
^