|
Verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament Beide boeken laten zien hoe de Bijbel geschreven kán zijn. Nico ter Linden geeft het woord bij het Oude Testament aan een verteller, Oom Ben en bij het Nieuwe Testament aan Mattheüs en Lucas die met elkaar overleggen hoe ze zullen vertellen over de verschillende gebeurtenissen die ze met Jezus hebben meegemaakt, of waar ze over hebben gehoord. In de uitgave van het Nieuwe Testament vindt Mattheüs het een goede vondst dat Lucas in zijn verhaal over de Emmaüsgangers Jezus na zijn dood een eindje met de twee mannen laat oplopen. "Mooi dat je Jezus na zijn begrafenis zomaar laat rondwandelen. Maar je hebt gelijk: in een graf moet je Jezus natuurlijk niet zoeken'', zegt hij tegen zijn collega-evangelist. Nico ter Linden vertelt zo de verhalen over Jezus aan jonge mensen. Hij hanteert daarbij hetzelfde uitgangspunt als in zijn zesdelige hervertelling van de bijbel voor volwassenen "Het verhaal gaat..." Bijbelverhalen zijn wel waar, maar niet waar gebeurd. "Het is niet echt gebeurd, dat Jezus over het water liep en dat hij na drie dagen weer uit het graf opstond'', houdt Nico ter Linden de lezers in zijn voorwoord voor. De evangelisten "schreven geen krantentaal, ze schreven verhaaltaal'', legt hij uit. "Dat is dezelfde taal als waar je gedichten van maakt, poëzie.'' In
Ter Lindens kinderbijbel schrijven Mattheüs en Lucas in samenspraak
hun evangeliën en bewonderen ze elkaars en hun eigen literaire vondsten.
"Vooral dat van die herders vond ik goed bedacht, al zeg ik het zelf'',
zegt Lucas over zijn versie van het kerstverhaal. "Komen die ook
in jouw geboorteverhaal voor?" "Nee", zei Mattheüs,
"ik heb voor koningen gekozen.'' In de evangeliegedeelten, die hij in een geheel eigen volgorde presenteert, schetst Ter Linden ook de parallellen met oudtestamentische verhalen. Al bijna halverwege het boek, als Mattheüs en Lucas al een "flinke stapel'' verhalen over Jezus hebben verzameld, laat hij de twee evangelisten een geboorteverhaal construeren naar het model van Griekse en Romeinse mythes die koningen uit een maagd geboren laten worden om hun status als godenzonen te benadrukken. "Zullen we Jezus dan ook uit een maagd geboren laten worden', vroeg Mattheüs, 'als zoon van God, om zo te zeggen? Dan laten we paar engelen heen en weer vliegen, zodat iedereen snapt dat Jezus niet zomaar een sterveling was, maar dat de hemel in het spel is. Want dat geloven wij toch?'' Ter
Linden stelt zich soms voor dat de evangelisten over het randje van de
hemel naar beneden kijken en zich erover verbazen dat hun verhalen al
eeuwenlang worden doorverteld. "Soms voelen ze zich niet begrepen
en zijn ze even van slag omdat er zoveel onzin over hun verhalen wordt
beweerd. Maar een volgend ogenblik zijn ze weer blij, omdat ergens een
kind met rode oortjes naar die verhalen zit te luisteren.''
Ceseli
Josephus Jitta illustreerde Nico Ter Lindens kinderbijbels. |