boven
 

Les- en studiemateriaal voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs, pabo en voor nascholing.


Stichting Echelon maakt al jaren lesmateriaal ter bevordering van interculturele en levensbeschouwelijke communicatie. Aan de hand van films, jeugdliteratuur, actuele thema's en verhalen uit de verschillende levensbeschouwelijke tradities, leren kinderen zichzelf en elkaar kennen door communicatie, dialoog en soms ook door confrontatie.

naar homepagina

 


Bij het ontwerpen van lesmateriaal wordt er naar gestreefd dat kinderen zich bewust worden van hun sociale, culturele en etnische afkomst met alle verschillen in de waarden- en normensystemen en levensbeschouwelijke tradities van dien. De samenwerking tussen kinderen, ouders en leerkrachten is hierin een voorwaarde.

 


Samen met Uitgeverij Damon in Budel heeft Stichting Echelon lesmateriaal ontworpen en uitgegeven.

 

Boeken kunnen besteld worden bij Damon en/of bij Echelon.


Overzicht




Uigaven van Echelon en Damon
onderbouwprojecten
filmmodules
Verhalencarrousel
       


 In Goede Handen  
Jos van Remundt en Simon Deen
2008, Echelon
Academische Uitgeverij Eburon
ISBN 9789059722620

 


In Goede Handen –
 
handboek voor levensbeschouwelijke communicatie en identiteit.

Voorwoord:

In de huidige, moderne maatschappij leven mensen met verschillende culturele en levensbeschouwelijke achtergronden met elkaar samen. Niet alleen ouders, maar ook scholen proberen de kinderen voor te bereiden op een samenleving die steeds verandert.
Of scholen nu openbaar zijn of confessioneel, het is van groot belang dat zij de kinderen behulpzaam zijn bij de vorming van hun eigen identiteit, zodat zij hun weg weten te vinden in deze pluriforme samenleving.

Het handboek In Goede Handen biedt scholen een hulpmiddel bij het levensbeschouwelijk onderwijs, zodat kinderen zich kunnen ontwikkelen tot volwaardige en verantwoordelijke deelnemers aan onze complexe samenleving. Levensbeschouwelijke communicatie krijgt vorm en inhoud door middel van een open dialoog tussen de betrokkenen. In deze dialoog staat de beleving van het kind centraal.

In Goede Handen is een uitgave van Stichting Echelon, een onafhankelijke stichting die onderwijsprojecten en leermiddelen voor levensbeschouwing, communicatie en identiteitsontwikkeling verzorgt.

Andrée van Es

Beknopte beschrijving van het boek:

01. Inleiding

Het automatisme om de levensbeschouwing van je ouders over te nemen is steeds minder vanzelfsprekend. Integendeel, levensbeschouwing is meer en meer een bewuste en persoonlijke keuze. Mensen vormen hun eigen identiteit en laten zich daarbij leiden door een morele grondhouding die bepalend is voor hun kijk op politieke of ethische vraagstukken. En deze grondhouding is weer terug te voeren op een eigen levensbeschouwelijke visie.
De ontwikkeling van een levensbeschouwelijke visie begint al op het moment dat een kind in de wieg ligt en houdt in feite nooit op. De wereld om ons heen verandert snel en die veranderingen zijn van invloed op de levensbeschouwing van de mens. De levensbeschouwelijke kijk van een mens is dus nooit ´af´, maar blijft continu in beweging.

De opvoeding van kinderen is de laatste decennia steeds ingewikkelder geworden. Opvoeden is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van ouders. Maar daarnaast zijn er talloze instellingen die ook een bijdrage leveren aan de opvoeding van het kind: consultatiebureaus, peuterspeelzalen, scholen, clubs en verenigingen. Ouders staan er dus niet alleen voor. En omdat alle ouders het beste willen voor hun kind, doen ze een beroep op die instellingen waarvan ze het gevoel hebben: hier heerst een prettig en verantwoord klimaat, op deze plek is mijn kind ´in goede handen´. Ouders kijken dus goed om zich heen voordat ze hun kind aan een school toevertrouwen. Zo willen ze bijvoorbeeld weten waar de school staat op het terrein van de levensbeschouwing. Wat zijn de uitgangspunten van de school? Hoe ziet de praktijk eruit? Krijgt het kind de ruimte voor zijn eigen levensbeschouwelijke ontwikkeling? Of wordt het kind volgens de godsdienstige normen en waarden van de school opgevoed?  En wat is de rol van de ouders in dit proces? Wat wordt er van hen verwacht?  

02. Een uitdaging

In de huidige, moderne maatschappij leven mensen met verschillende culturele en levensbeschouwelijke achtergronden met elkaar samen. Niet alleen ouders, maar ook scholen proberen de kinderen voor te bereiden op een samenleving die steeds verandert.
Of scholen nu openbaar zijn of confessioneel, het is van groot belang dat zij de kinderen behulpzaam zijn bij de vorming van hun eigen identiteit, zodat zij hun weg weten te vinden in deze pluriforme samenleving.

Op de meeste scholen wordt echter weinig aandacht besteed aan de verschillende levensbeschouwelijke  tradities. Openbare scholen beschouwen het vaak niet als hun taak om hier bij stil te staan, terwijl sommige confessionele scholen zich vooral richten op hun eigen godsdienstige en kerkelijke traditie. Toch hebben openbare én confessionele scholen alle reden om aandacht te schenken aan de culturele en levensbeschouwelijke achtergronden van mensen en bevolkingsgroepen. 

Onderzoek (Stella van de Wetering, Begrip, 2002, no.3) heeft namelijk uitgewezen dat onderwijs in verschillende culturele en levensbeschouwelijke tradities kan helpen om leerlingen voor te bereiden op onze pluriforme samenleving. Onderwijsprogramma’s waarin aandacht is voor verschillende levensbeschouwingen en hun onderlinge verhoudingen hebben een positief effect op het ontwikkelen van ervaring, kennis en inzicht van zowel de eigen levensbeschouwing als die van anderen. Bovendien neemt hierdoor de betrokkenheid  op de verschillende levensbeschouwingen toe. Levensbeschouwelijke communicatie hoeft dan ook niet tot verwarring te leiden, of tot verwatering van de eigen (godsdienstige of kerkelijke) achtergrond. Een kind leert door goede communicatie zichzelf en anderen begrijpen in een samenleving waarin uiteenlopende levensbeschouwingen een rol spelen. Het zich kunnen verplaatsen in de denk- en leefwereld van een ander is echter geen vanzelfsprekende vaardigheid, omdat leerkrachten en kinderen hier lang niet altijd mee hebben leren omgaan. Voor het onderwijs is het daarom een grote uitdaging om aan de hand van de verschillende levensbeschouwelijke tradities de mogelijkheid van perspectiefwisseling te ontwikkelen.

03. Persoonlijke betrokkenheid

Bij levenbeschouwelijke communicatie staat de persoonlijke betrokkenheid van het kind centraal. Een betrokkenheid die zich niet alleen richt op de samenleving waarvan hij deel uitmaakt, maar ook op de wereld om hem heen. Verleden, heden en toekomst spelen daarbij een belangrijke rol. Van kinderen wordt immers verwacht dat ze in de toekomst beslissingen zullen gaan nemen over zaken van persoonlijk en algemeen belang. Het gaat daarbij om het begrijpen van verschijnselen in de actuele maatschappelijke werkelijkheid (Hoe zit het?), om het waarderen en beoordelen van deze verschijnselen (Wat vind ik ervan?) en om de vraag waarop ze hun oordeel baseren (Waar haal ik mijn mening vandaan?). Kinderen op de basisschool zien hun leefwereld gaandeweg groter worden en hun persoonlijke betrokkenheid groeit mee. Ze doen dat in een wereld die complex is, voortdurend in beweging en steeds verandert. Levensbeschouwelijke communicatie is erop gericht een kader te bieden om die wereld beter te leren begrijpen.

04. Opzet van deze uitgave

Het eerste hoofdstuk begint met een aantal verhalen van leerkrachten op een basisschool over hun ervaringen met het vak levensbeschouwing. De verhalen maken op exemplarische wijze duidelijk wat hun vraagstelling is en in welke richting ze denken: de leerkrachten willen praktische handwijzingen om tot een goede levensbeschouwelijke communicatie te komen waarbij aan ieder kind recht wordt gedaan.
In hoofdstuk twee komt de basisstructuur van de levensbeschouwing aan de orde. Dit wordt gedaan aan de hand van de zes levensvragen die in de rest van het boek steeds terug zullen keren.
In het derde hoofdstuk wordt het onderscheid tussen impliciete en expliciete levensbeschouwing duidelijk gemaakt en komt de levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen aan bod.
Hoofdstuk vier en vijf gaan in op de functie van rituelen, verhalen en symbolen. Deze achtergrondinformatie is een hulpmiddel bij de uitoefening van de levensbeschouwelijke communicatie.
In het zesde hoofdstuk wordt uiteengezet wat levensbeschouwelijke stromingen zijn en wat het verschil is tussen religie en godsdienst.
Hoofdstuk zeven behandelt de verschillende aspecten van het thema communicatie en in hoofdstuk acht komt het begrip identiteit ter sprake. Daarbij wordt ingegaan op de verschillende opvattingen over identiteit.
In het negende hoofdstuk wordt de zelfreflectie van de leerkracht besproken: hoe moeilijk dit soms kan zijn, maar tegelijkertijd noodzakelijk voor een goed leraarschap.
Alle hoofdstukken worden afgesloten met concrete en praktische tips. Deze zijn niet alleen te gebruiken binnen het team, maar ook in de dagelijkse lespraktijk in de klas.

Deze tips bieden de leerkrachten de mogelijkheid om een eigen ‘lijst’, ofwel Passe-partout, samen te stellen. Daarmee wordt de schoolpraktijk uitgebouwd en kan de identiteit van de school worden vormgegeven.
Zoals de naam al aangeeft, biedt Passe-partout ruimte aan de eigen inbreng en kan het in diverse situaties worden gebruikt. Bovendien is het niet vastomlijnd, maar legt het de nadruk op wat werkelijk van belang is. Op die manier verbindt Passe-partout de bestaande situatie van de school met het behandelde thema.
Ieder mens heeft zijn eigen perceptie. Het is daarom van essentieel belang om kennis te nemen van deze ideeën en overtuigingen. Pas dan kunnen we de verschillende ervaringen, visies en interpretaties samen benoemen en begrijpen en is het mogelijk om ze in een gemeenschappelijke samenhang te presenteren.

05. Doel van deze uitgave

Met behulp van deze uitgave worden de leerkrachten in staat gesteld de kinderen samenhang te laten ontdekken in de wereld waarin zij leven en opgroeien. Symbolen, mythen, feesten en rituelen hebben daarin een eigen plaats. Daarmee wordt tevens een bijdrage geleverd aan de burgerschapsvorming van de kinderen.
De leerkrachten zullen door middel van dit boek hun vaardigheden kunnen vergroten om in een open dialoog met de kinderen het vak levensbeschouwing vorm en inhoud te geven.
Ze worden in staat gesteld om op een creatieve en positieve manier rekening te houden met de verschillende culturele achtergronden van de kinderen. We hopen dat hierdoor de kinderen bij jou op school ´In Goede Handen´ zijn.

Inhoudsopagve In Goede Handen

    • Inleiding
    • Een uitdaging
    • Persoonlijke betrokkenheid
    • Opzet van deze uitgave
    • Doel van deze uitgave

HOOFDSTUK 1   Waarom levensbeschouwing op de agenda?

    • Verhalen van leerkrachten
    • Het verschil tussen godsdienst en levensbeschouwing
    • Levensbeschouwing binnen het Nederlandse en Belgische onderwijssysteem
    • Nieuwe zekerheden
    • Kinderen blijven met vragen komen
    • De behoefte aan levensbeschouwelijke inhoud blijft bestaan
    • Het ontwikkelen van goed burgerschap  
    • De ontwikkeling van competenties van de leerkracht
    • Vanuit de leerling.
    •    Vanuit het vak.
    •    Vanuit de maatschappij.
    •    Vanuit de persoon.

      Tips.
    • Associëren.
    • Profiel van jezelf.

HOOFDSTUK 2   Levensbeschouwing: basisstructuur.

    • Mensen blijven altijd vragen stellen.
    • Door vragen te stellen bouwt een mens zijn eigen levensverhaal op.
    • Levensbeschouwelijke socialisatie.
    • Communicatie tussen levensbeschouwingen.
    • Niemand begint als een onbeschreven blad.
    • Verwondering als motivatie tot het stellen van vragen.
    • De zes levensvragen.
    •    Wie is de mens?
    •    Wat is goed en kwaad?
    •    Hoe leven mensen met elkaar samen?
    •    Wat is de betekenis van lijden en dood?
    •    Wat is ruimte?
    •    Wat is tijd?
    • Het onderscheid tussen sociale en levensbeschouwelijke ontwikkeling.
    • De zes levensvragen bij de sociale en levensbeschouwelijke ontwikkeling.

        Tips.
    • Manieren om naar de werkelijkheid te kijken.
    • Kijken naar een stoel.
    • Kijken naar een boom.
    • Kijken naar je groep.
    • Kijken naar de natuur.
    • Kijken naar de zes levensvragen.
    • Mediteren.
    • Teksten.
    • Filosoferen.
    • World Press Photo.

HOOFDSTUK 3   Levensbeschouwelijke ontwikkeling.

    • Impliciete en expliciete levensbeschouwing.
    • De ontwikkelingsfasen van het kind.
    • De babytijd – van nul tot twee jaar.
    • Peuters – van twee tot vier jaar.
    • Kleuters – van vier tot zes jaar.
    • Kinderen van zes tot acht jaar.
    • Kinderen van acht tot tien jaar.
    • Kinderen van tien tot twaalf jaar.
    • Emotionele problemen.
    • Positieve ervaringen
    • Bespreekbaar maken van impliciete levensbeschouwing.
    • Verschil tussen grondmotieven en waardengebieden.

      Tips
    • Van jeugdervaringen naar levenservaringen
    • Het Socratische gesprek.
    • Portfolio
    • De tijdcirkel

HOOFDSTUK 4   Levensbeschouwing en rituelen.

    • Inleiding.
    • De functies van rituelen.
    • Soorten rituelen.
    • Twee belevingsvormen van rituelen.
    • Ritualisering volgens Erikson.

      Tips.
    • Rituelen die de identiteit van een school vormgeven.
    • Dagopeningen.
    • Vieringen.
    • Hoeken.
    • Koffers
    • Rituelen bij de zes levensvragen.
    • Kalenders.
    • Dansen.
    • Stilte.
    • Schoolregels

HOOFDSTUK 5   Levensbeschouwing: taal en teken.

    • Inleiding.
    • Taal: verhalen
    • Hoe vertel je een verhaal?
    • Soorten verhalen.
    • De louterende werking van verhalen.
    • Teken: symbolen.
    • Collectieve symbolen: archetypen.

      Tips.
    • Verhalen schrijven.
    • Verhalen vertellen.
    • Verhalen van de school.
    • Vragen stellen aan hand van kinderliteratuur.
    • Drama.
    • Elfjes schrijven.
    • Werken met symbolen.
    • Donald Duck.
    • Zingen op school.

HOOFDSTUK 6   Levensbeschouwelijke stromingen.

    • Het verschil tussen religie en godsdienst.
    • Ontstaan van godsdienstige stromingen: twee opvattingen.
    • Transcendent en immanent.
    • Stromingen zijn altijd in beweging.
    • Wat bindt mensen in het jodendom, het christendom en de islam?
    • Jodendom.
    • Christendom.
    • Islam.
    • Secularisatie.
    • Filosofische stromingen - in vogelvlucht.
    • Levensbeschouwelijke communicatie.

      Tips.
    • Het Onze Vader.
    • Van godsbeeld tot mandala.
    • De zes levensvragen in de vijf wereldgodsdiensten.
    • De zes levenvragen bij fijn-, midden- of grofmazig?
    • Geboorteverhalen.

HOOFDSTUK 7   Communicatie.

    • Communicatie in een juist kader.
    • Een vertrouwelijk communicatiekader creëren.
    • Zeven communicatieniveaus.
    • De rol van de leerkracht in de communicatie.
    • Streven naar een andere aanpak in de levensbeschouwelijke communicatie.
    • Betekenisvolle communicatie.
    • Een concreet voorbeeld van betekenisvolle communicatie.
    • De leerpunten voor de leerkracht.

      Tips.
    • Communicatie binnen een juist kader.
    • Het scheppen van een veilig schoolklimaat.
    • Ontwikkeling van burgerschap.
    • Wandfries en weblog.
    • Communicatie tussen ouders en leerkrachten.
    • Ervaring en betekenis.

HOOFDSTUK 8   Identiteit.

    • Het begrip identiteit.
    • Van identiteit naar identificatie.
    • Drie vormen van identificatie.
    • Verschillende opvattingen over identiteit.
    • De traditionele opvatting van identiteit.
    • De constructivistische opvatting van identiteit.
    • De gematigde opvatting van identiteit.
    • Verandering door communicatie.
    • De vijf disciplines.
    • Samen veranderen.
    • Samenvatting en conclusie.

      Tips.
    • Mind Mapping.
    • De levensbeschouwelijke identiteit van de school.
    • Vergelijking van schoolgidsen.
    • Groepsidentiteit versterken.
    • Leerlingenraad.
    • Indeling van de klas.
    • Wedstrijden.
    • Teambuilding.
    • Schoolreisjes.
    • Methodes.
    • Schooluniform.


      Hoofdstuk 9 Wat is jouw motivatie om leerkracht te zijn!
    • Inleiding.
    • De grondmotieven van de leerkracht.
    • Kohnstamm: eigen leren sturen.
    • Zelfreflectie
    • Zelfreflectievragen.
    • Uitbreiding van de reflectievragen
    • Vragen bij je grondmotieven

      Tips.
    • Portfolio
    • Zellfreflectie in teams: leren van elkaar (intervisie).
    • Kwadrant van Ofman.
    • Feedback
    • Het Johari-venster
    • Onderlinge kennismaking binnen het team.
    • Het maken van rijen in een bepaalde volgorde
    • Levensverhaal
    • Communicatie aan hand van een symbool
    • Oude gewoontes doorbreken.
    • regels en afspraken
    • Sfeer verpesten
    • Advertentie ontwerpen.

Referenties

Woordregister

 

 
naar homepagina






^    bestellen

Alle Kinderen Bijzonder
Jos van Remundt, Andrea Oostdijk
2002, Uitgeverij Damon
isbn
 

Voorwoord

De Nederlandse maatschappij is de laatste decennia sterk veranderd: van een sterk verzuilde samenleving is zij geworden tot een nog altijd in beweging zijnde pluriforme samenleving. Deze veranderingen hebben ook hun sporen nagelaten in het basisonderwijs, en niet in de laatste plaats in het levensbeschouwelijk onderwijs op de basisschool. Vele scholen en schoolbesturen zien zich vandaag de dag voor de uitdaging gesteld in onze pluriforme maatschappij handen en voeten te geven aan levensbeschouwelijk onderwijs. Hoe ga je om met religieuze verschillen tussen de leerlingen uit je school? Wat is je eigen rol als leerkracht wanneer het gaat om levensbeschouwelijk onderwijs? Hoe communiceer je in deze met ouders en verzorgers van de kinderen?

Levensbeschouwelijke Communicatie mag gezien worden als een zinvol antwoord op vragen als deze. Met name het voor Levensbeschouwelijke Communicatie kenmerkende klimaat van openheid, veiligheid en wederzijds respect alsmede het dialogisch karakter van Levensbeschouwelijke Communicatie kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de identiteits-ontwikkeling van het kind. Levensbeschouwelijke Communicatie kent ieder kind - ongeacht sociale, culturele of religieuze achtergrond - een bijzondere plaats toe. Voor ieder kind mag een plek zijn; voor ieder kind wordt als het ware een stoel klaargezet van waaruit in alle openheid, met een wijde blik identiteitsvormende vragen gesteld mogen en kunnen worden.

In de uitgave Alle kinderen bijzonder worden diverse aspecten van Levensbeschouwelijke Communicatie uiteengezet. Zo wordt uitgelegd wat Levensbeschouwelijke Communicatie is en welke mogelijkheden het biedt. Er wordt inzichtelijk gemaakt hoe Levensbeschouwelijke Communicatie de identiteit van de leerlingen tot zijn recht laat komen. En ook de vraag hoe Levensbeschouwelijke Communicatie concreet vorm kan krijgen binnen de basisschool, ontbreekt niet. Iedereen die op een of andere wijze betrokken is bij het basisonderwijs in Nederland zal bij het lezen van deze uitgave de kansen ontdekken die Levensbeschouwelijke Communicatie biedt voor het levensbeschouwelijk onderwijs op de (basis)school. De kinderen worden gestimuleerd te vragen en te zoeken naar de eigen identiteit. In samenspel met de (school)omgeving worden de kinderen in deze zoektocht begeleid. Het onderwijs in Levensbeschouwelijke Communicatie draagt er zodoende toe bij dat de kinderen in de pluriforme maatschappij - waarvan zij deel uitmaken en die zij samen (mede) vormen - stevig in hun schoenen zullen staan. Een belangrijk motto bij Levensbeschouwelijke Communictatie luidt immers: 'Geef de kinderen geen boodschap mee, maar leer ze zelf boodschappen doen!'

 

Monique Leijgraaf
Docent aan de Hogeschool IPABO en Fontys Hogescholen te Amsterdam

Beknopte weergave van het boek

  • Hoe ga je om met levensbeschouwelijke verschillen tussen de leerlingen in je school?
  • Wat is je eigen rol als leerkracht wanneer het gaat om levensbeschouwelijk onderwijs?
  • Hoe communiceer je met ouders en verzorgers over levensbeschouwing?

Een werk/studieboek over identiteit en levensbeschouwelijke communicatie: Alle Kinderen Bijzonder. Een nieuwe manier om de identiteit van alle leerlingen tot zijn recht te laten komen.

'Veel leerkrachten merken in hun dagelijks werk de toenemende spanning tussen de eigen beleving van levensbeschouwelijke identiteit en de diversiteit binnen de schoolbevolking. Deze uitgave biedt de leerkracht en de school een weg om heel praktisch om te gaan met Levensbeschouwelijke Communicatie, om spanning om te zetten in gezamenlijke kracht. Een uitgave dus die de moeite waard is voor verdieping (visie-ontwikkeling) en vormgeving van de dagelijkse onderwijspraktijk met de leerling centraal. Dat geeft houvast voor nu en hoop voor een toekomst van gedeelde kansen!'
Secretaris HOOP-initiatief Rotterdam

In Alle Kinderen Bijzonder wordt zowel de theoretische achtergrond van Levensbeschouwelijke Communicatie als de praktische invoering ervan uit de doeken gedaan. U verkrijgt inzicht in de verschillende factoren die van invloed zijn op school en maatschappij, krijgt concrete tips en adviezen aangereikt die het invoeren van LC op school vergemakkelijken en leest hoe u ouders en leerlingen hierbij kunt betrekken. De tekst wordt ondersteund door talloze praktische voorbeelden. Tenslotte kunt u door verschillende uitdagende opdrachten uw eigen kennis en inzicht vergroten.

Inhoudsopgave

Voorwoord

Inhoudsopgave

Leeswijzer                  

Samenvattingen
                                                                                                         
1. De overheid en het basisonderwijs                                                                        
1.1 Kerndoelen basisonderwijs                                                                                                                           
1.2 Van breed naar concreet: voorstel voor nieuwe kerndoelen                                     

2. De veranderende samenleving
2.1 Veranderd Nederland                                                                                                       
2.2 Een stukje geschiedenis: schoolstrijd en verzuiling                                                            
2.3 De ontzuiling                                                                                                                   
2.4 Gevolgen van de ontzuiling                                                                                              
2.5 Gevolgen voor het onderwijs                                                                                            

3. Levensbeschouwelijke communicatie                                                                               
3.1 Levensbeschouwelijke Communicatie – Identiteit als belangrijk gegeven                             
3.1.1 Levensbeschouwelijke Communicatie – De definitie                                                        
3.1.2 Levensbeschouwelijke Communicatie – Communicatie volgens het trechterschema          
3.1.3 Levensbeschouwelijke Communicatie in de praktijk – Identiteit als begrip                         
3.1.4 Voorbeelden                                                                                                                 
3.2 Levensbeschouwelijke Communicatie – Voorlezen of voorleven?                                        
3.2.1 Presentatie en representatie                                                                                           
3.2.2 Presentatie en motivatie                                                                                                
3.2.3 Voorbeelden                                                                                                                 
3.3 Levensbeschouwelijke Communicatie – Het kind in de huidige samenleving                        
3.3.1 Levensbeschouwelijke Communicatie en opvoeding                                                       
3.3.2 Levensbeschouwelijke Communicatie en de pluriforme samenleving – De ABCD-kroon    
3.3.3 Voorbeelden                                                                                                                 
3.4 Levensbeschouwelijke Communicatie – Het lesmateriaal                                                    
3.4.1 Waar moet goed lesmateriaal aan voldoen?                                                                    
3.5 Levensbeschouwelijke Communicatie – Aan de slag!                                                         
3.5.1 Onmisbare schakels                                                                                                      
3.5.2 Visie op identiteit                                                                                                          
3.5.3 Veranderen doe je samen                                                                                  

4. Levensbeschouwelijk Communicatie in school en omgeving                                           
4.1 De school in samenhang                                                                                                  
4.1.1 Ouders en leerkrachten: één team                                                                                  
4.1.2 De school en de ouders – De dialoog in de praktijk                                                        
4.1.3 De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de school                                               
4.1.4 De school en de omgeving                                                                                            

Verklarende woordenlijst                                                                                                     

Zie ook :

Practische uitwerking Leerplan, zie basisschema levensbeschouwelijke communicatie

naar homepagina

 

 

 

 

 

 







 

De Vleugels van de Tijd  
Jos van Remundt, Tjarco Duinstra
2000, Stichting Echelon
isbn 978-90-72998-316

 

Voorwoord

‘ en dan trekt elke keer mijn eigen lagere schooltijd aan mij voorbij. ‘Wat is de tijd gevlogen.’ Denk  ik dan. In mijn geval ging het om drommen lopende kinderen die dagelijks de 10 tot 15 kilometer naar en van school aflegden. We scandeerden altijd leuzen, beurtelings in de eigen groepstaal, maar meestal was het in het Nederlands of Sarang (Surinaams). Zelf had je het nauwelijks in de gaten, toch werd je spelenderwijs en met maar weinig middelen het socialisatieproces ingeleid.
Het is met deze achtergrond dat ik enthousiast dit boek bij U aanbeveel. Want de tijd vliegt! We kunnen er niet snel genoeg zij zijn om onze kinderen te stimuleren en te helpen bij de uitdaging om zich voor elkaars cultuur te interesseren. ‘De Vleugels van de Tijd’ draagt bij tot een creatieve en inventieve interpretatie van interculturaliteit. De schrijvers hebben tijd noch moeite gespaard de mogelijkheden te onderzoeken om op school systematisch te kunnen werken aan de normen en waardeontwikkeling van onze kinderen. Intercultureel ben je niet in één dag van het jaar, neen, intercultureel zijn  is een manier van leven’

Gerda A. Havertong

 

Beknopte beschrijving van het boek

De Vleugels van de Tijd is een werkboek over drempelsituaties en bevat veertig thema’s en 150 werkvormen waarmee leerkrachten aan de slag kunnen.

Drempelsituaties hebben te maken met de manieren waarop we de tijd indelen. De tijd is een antropologisch gegeven, het betekent dat een mensenleven begrensd is. Mensen worden geboren en ze sterven ook weer. Geboorte en sterven zijn de twee belangrijkste drempelsituaties die er zijn.

Stel je de tijd eens voor als een huis. Als je geboren wordt, word je over de drempel het huis binnengedragen en als je sterft, draagt men je het huis weer uit. Ondertussen maak je van alles mee, klim je trappen op en af, beland je in kelders en op zolders, kom je in verschillende kamers en telkens zijn er drempels die je over gaat.

Binnen religieuze tradities bestaat er veel aandacht voor drempelsituaties. Er wordt ingegaan op de verschillende manieren en/of zienswijzen hoe mensen drempelsituaties beleven en er mee kunnen omgaan, bijvoorbeeld door meditatie, vieringen, rituelen, en/of toekomstvisies.

Op scholen verdwijnt de vanzelfsprekende tijdsindeling. Vastomlijnde vieringen of dagopeningen zijn in veel gevallen komen te vervallen en daarmee ook een belangrijk bestanddeel van de onderlinge herkenbaarheid en sociale binding.

Drempelsituaties en identiteit.

Het is voor scholen een opgave om nieuwe invullingen te geven aan drempelsituaties om zo de herkenbaarheid en gemeenschappelijkheid tot uitdrukking te brengen. Zulke nieuwe invullingen dienen niet alleen gezellig, maar ook zinvol te zijn. Zinvol betekent dat de kinderen daadwerkelijk verder kunnen na de start van de week, na het sterven van een groepsgenoot, na de herfstvakantie, een conflict, of het al of niet behalen van goede cijfers. Natuurlijk doen de kinderen mee omdat ze het leuk vinden, maar het is ook een serieuze zaak. Het spelen houdt in: verkennen, verdiepen en uitproberen. Dat kan gebeuren in elke groep afzonderlijk, maar ook met alle groepen samen, dus met de school als geheel.


Inhoudsopgave

Inleiding

Handleiding

Veertig thema’s

Tijd

  • Lente
  • Zomer
  • Herfst
  • Winter
  • Maand
  • Week

Natuur

  • Bloem
  • Boom
  • Dier
  • Zaaien
  • Voedsel

Elementen

  • Vuur
  • Water
  • Lucht
  • Aarde

Hemel

  • Zon
  • Maan
  • Sterren

Mens

  • Vrouw
  • Man
  • Kind
  • Relaties

Tijdsdrempels

  • Afsluitring
  • Dood
  • Offer
  • Liefde
  • Lijden

Iets maken

  • Muziek
  • Spel
  • Arbeid
  • Ruimte
  • Wonen

Lichaam

  • Hoofd
  • Oog
  • Oor
  • Neus
  • Hand
  • Voet
  • Mond

Werkvormen ABC (150 werkvormen)

Kalenderoverzicht van de belangrijkste (feest)dagen

Trefwoordenregister

Gebruiks-/evaluatieformulieren

Literatuurlijst


Kijk ook bij dagopeningen De Vleugels van de Tijd
naar homepagina
















Let op!
boekhandels bestellen
rechtstreeks bij
Uitgeverij Damon


^
Een bron van verhalen
Simon Deen, Sietske de Jongh en Jos van Remundt
1997, Stichting Echelon

isbn 978-90-72998-22-4
 

Voorwoord

Wanneer ik u vertel dat mijn moeder is overleden en dat ik bedroefd ben, zult u mijn droefheid niet of nauwelijks kunnen delen, u hebt mijn moeder niet gekend.
Ik kan u zeggen dat zij hartelijk, vroom, geestig, dapper en intelligent was, maar hoewel dat allemaal mooie eigenschappen zijn, u hebt nog steeds geen idee wat mijn moeder voor een vrouw was en wie het is die ik zo betreur.
Dat wordt anders wanneer ik u verhalen ga vertellen over hoe hartelijk, vroom, geestig, en intelligent zij was. Zo herinner ik mij die keer dat ik ziek was, en toen kwam mijn moeder de kamer binnen...en in de hongerwinter, toen heeft ze....en toen háár moeder overleed, toen...en nooit heb ik haar zo bewonderd als die keer dat ze...en toen we afscheid namen, zei ze...
Verhalen die mijn moeder typeren, en ieder verhaal bestaat uit een paar lijntjes, en samen vormen die lijntjes haar portret. Mijn portret van haar, wanneer u aan mijn broer en zusje naar mijn moeder vraagt, krijgt u andere verhalen te horen.
Maar als het mooie verhalen zijn en als ik ze goed vertel, dan kan het zeer wel zijn dat u mijn droefenis over haar dood gaat delen. U kent haar een beetje, en misschien bent u ook wel van haar gaan houden. Misschien vraagt u mij wel of ik nog meer verhalen heb hoe hartelijk ze was, hoe vroom, hoe geestig enzovoort.

Als je aan Israël naar de Eeuwige vraagt, krijg je geen abstracties te horen, geen opsomming van de “eigenschappen van God”, je krijgt verhalen te horen over wie God voor hen was en is. Het zijn niet de verhalen van ‘één mens over God, stammend uit één stukje van de tijd, het zijn de gestolde geloofservaringen en godsontmoetingen van velen uit vele eeuwen. En al die verhalen bestaan uit wat lijntjes, en samen bieden die verhalen een schat aan godsbeelden. Het godsbeeld dat ik mij dan vorm zal mede bepaald worden door de selectie die ik uit die overvloed aan verhalen maak en door de mensen thuis en op school die mij die verhalen aanreikten.

Dit boek is een lofwaardige poging ouders en leerkrachten en anderen te helpen bij het ontsluiten van de schat aan verhalen die in de bijbel liggen opgetast en die onze cultuur hebben gevormd. Het boek laat zich zó niet meer lezen, want het is een ingewikkeld boek uit een andere tijd en een andere cultuur, dus er zijn nogal wat afstanden te overbruggen. En je moet bovenal goed weten in welke taal die verhalen geschreven zijn: niet in wetenschappelijke taal, krantentaal, maar in de taal van de mythe, de taal van de poëzie. Er staat dus niet wat er staat.
Het is dan ook onontbeerlijk dat je een kundige gids hebt om je in dit museum rond te leiden. En als je eenmaal binnen bent, ontdek je dat het geen museum is maar levende werkelijkheid. En je bent geneigd te vragen of er soms nog meer verhalen over de Eeuwige zijn. Het is ook mogelijk dat je als vanzelf van je eigen ontmoeting met de Eeuwige gaat verhalen.

Nico ter Linden

Beknopte inhoud van het boek:

Het boek Een bron van verhalen (1997) is een bijdrage aan de discussie over de waarde van de bijbel. Het geeft inzicht in de manier waarop de bijbel in de westerse cultuur heeft gefunctioneerd en bespreekt de plaats van de bijbel in de moderne samenleving.

Het boek bevat vier modules die ook onafhankelijk van elkaar zijn te gebruiken:

1. De oude verhalen uit de Bijbel (voor Pabo-studenten, nascholing leerkrachten).
Thema's zijn: ontstaan van oude en nieuwe testament; Statenvertaling en de Nederlandse taal; de invloed van bijbelteksten op mensen; geboorteverhalen;

2. Kinderen en de kinderbijbel (voor ouders en opvoeders)
Thema is: de analyse van kinderbijbels, een voorbereiding op hoofdstuk 3 waarin kinderen zelf een aantal kinderbijbels beoordelen op hun verschillen.

3. Welke kinderbijbel? (voor kinderen uit de hoogste groep van het basisonderwijs en de brugklas).
Werkwijze: met behulp van vragenlijsten en werkbladen beoordelen de kinderen verschillende kinderbijbels. In 3 tot 4 bijeenkomsten van twee uur ontwikkelen ze basiskennis over de bijbel.

Doelstellingen: de kinderen leren dat de bijbel uit verschillende boeken bestaat; dat er veel mensentypen in de bijbel voorkomen; dat er verschillende soorten verhalen in de bijbel staan: scheppingsverhalen, historische verhalen, wijsheidsliteratuur, liederen, verhalen over Jezus, brieven van apostelen; de kinderen discussiëren over wat zij de mooiste verhalen vinden.

4. Kom op met je verhaal (voor leerkrachten, en leerlingen uit de hoogste groep en de brugklas).
Doelstelling: Dit deel is een instrument tot het vertellen en schrijven van verhalen. Het behandelt een aantal werkvormen en het laat kinderen zien hoe ze (bijbelse) verhalen (opnieuw) kunnen vertellen.

Inhoudsopgave:
Voorwoord van Nico ter Linden        
1.Inleiding      
2. De bijbel in dit boek           
3.Tegenstrijdigheden...          
4.Vertalen is opnieuw beginnen        
5.Opzet en werkwijze van dit boek  
6.Tot slot        

Deel 1
Op verhaal komen met oude verhalen uit de bijbel
1.1.Over het ontstaan van het Nieuwe Testament  
1.2.Geschreven teksten zijn zeer bepalend voor
latere ontwikkelingen
1.3.Wat is een evangelie?     
1.4. Het Oude en het Nieuwe Testament    
1.5.Een voorbeeld van een typologievertelling
aan de hand van Jezus’ geboorteverhalen  
1.6.Het ontstaan van het Oude Testament  
1.7.De Statenvertaling          
1.8.Taal is door vele invloeden steeds in beweging 
1.9.De invloed van de bijbel op ons taalgebruik      
1.10.De bijbel komt steeds verder van
de moderne mens af te staan          
1.11.Overige vertalingen      
1.12.Hoe vertel ik mijn eigen verhaal aan de hand
van de bijbel?
1.13.Een voorbeeld van een eigen ervaringsvertelling
aan de hand van bijbelverhalen        
1.14.Ervaringen worden vanuit verschillende
invalshoeken verteld 
Werkbladen   

Deel 2
Komen de kinderen op verhaal met een
kinderbijbel?  
2.1.Inleiding   
2.3.Wat is er aan de hand met de kinderbijbel?       
2.3.Criteria van onderzoek en beoordeling
van kinderbijbels       
2.4.De ideale kinderbijbel      
2.5.Wat zijn de uitgangspunten?       
2.6.Vragenlijst 42
Het verhaal van David en Batseba
(Statenvertaling vergeleken met vijf kinderbijbels)  
Het verhaal van Mozes en de brandende braamstruik
(Statenvertaling vergeleken met vijf kinderbijbels)  

Deel 3
Met welke kinderbijbel kom jij op verhaal?  
3.1.Uitgangspunten   
3.1.1.Tijdsplanning    
3.1.2.Materiaalgebruik          
3.2.Met welke kinderbijbel kom jij op verhaal?        
Werkbladen   

Deel 4
Kom op met je verhaal!        
Doelstelling    
1.Inleiding      
2.Hoe vertel ik een verhaal? 
3.Thema’s uit bijbelverhalen voor en door kinderen
Een verhalend onderwerp    
Werkbladen   

Literatuur       
Echelon projecten     
Personalia    
  

 
naar homepagina

 


















^
 
 
   
   
Een geschenk van de woestijn  
Rolf Deen, Fred Houtzager
2002 3de druk, Stichting Echelon.

isbn 978-90-5573-354-3

 

In het dramaboek Een geschenk van de woestijn (1995) ontdekt de leraar primair onderwijs een rijkdom van verhalen uit de culturen die ons land rijk is. Het boek geeft praktische handreikingen om via drama de fantasie en het voorstellingsvermogen te stimuleren en te ontwikkelen. Het drama-ABC aan het eind van het boek is daarbij ook zeer behulpzaam.

Het boek bevat:
- een inleiding in het werken met verhalen en drama-activiteiten;
- vijftig verhalen uit diverse culturen met werkvormen voor kinderen van vier tot dertien jaar;
- drie compleet uitgewerkte dramacomposities;
- een geheel uitgewerkt voorbereidingsschema voor een dramavoorstelling;
- een drama-ABC met een beschrijving en uitleg van 150 begrippen, termen en dramawerkvormen;
- een literatuurlijst.

Overal waar met kinderen wordt gewerkt, ook buiten de school, kan dit dramaboek zijn diensten bewijzen. De gebruiker kan af en toe een verhaal uit dit boek nemen en er een half uurtje met de kinderen mee werken. Maar het is ook geschikt voor een heel basisschoolteam om te hanteren als dramamethode voor alle groepen. Ook kan het dienen als aanvulling op leergangen en methodes op het gebied van geestelijke stromingen en levensbeschouwelijke vorming.

 

naar homepagina








 




^



Iconen, beelden van verlangen naar een andere wereld  
Jos van Remundt
Stichting Echelon 1996
(nog beperkt leverbaar)
 

In de samenleving zijn beelden een belangrijk communicatiemiddel. Nog steeds worden afbeeldingen van mensen gebruikt op een religieus-iconografische manier, zoals Marilyn Monroe of Madonna. Het boek Iconen: beelden van verlangen naar een andere wereld (1996) geeft inzicht in de manier waarop beelden functioneren in de maatschappij en hoe je zelf een traditionele of eigentijdse icoon kunt schilderen. Het boek is zeer geschikt voor de tweede fase in het middelbaar onderwijs en kan gebruikt worden bij de vakken beeldende vorming (tekenen en kunstgeschiedenis), maatschappijleer en levensbeschouwing.

Er zijn vier hoofdstukken:

1. Verlangens en beelden, de functie van beelden in de samenleving en hun relatie met iconen.
2. Geschiedenis van de icoon, hoe werden de oude iconen geschilderd?
3. Religieuze beelden, welke betekenis hebben de afbeeldingen van de religieuze personen die op iconen zijn afgebeeld (Christus, Maria, heiligen en engelen
4. Maria of Madonna? Richtlijnen voor het maken van een traditionele of eigentijdse icoon.

 
naar homepagina
Iconen
















^
Van wij en zij naar WIJ Geestelijke stromingen in de basisschoolpraktijk  

Afstudeerscriptie
Anita van Schijndel

Het vak Geestelijke Stromingen is op een duidelijke wijze in kaart gebracht. Een overzicht van de methoden die het vak een eigentijdse inhoud geven.
Het is een helder geschreven studie en onmisbaar voor hen die zich bezighouden met Geestelijke Stromingen in de basisschoolpraktijk.

 
De samenleving is voortdurend in beweging en daarmee ook het onderwijs, de school en wij. De status quo van de verzuilde samenleving uit de vorige eeuw bestaat al lang niet meer. Meer dan toen ontmoeten kinderen nu andere kinderen uit andere culturen, met andere achtergronden, andere gewoonten en waarden. De scholen zijn smeltkroezen van culturen, religies en sociale achtergronden.
Vanzelfsprekenheden over wie en wat je bent en gaat worden behoren tot het verleden. Onzekerheid als gevolg. "Who's who in Whatland" (L.Th.Lehmann, 1963).
Het leven lijkt op drift. Voor kinderen is het van belang hun weg te kunnen vinden en een evenwichtige identiteit en een sterk referentiekader te ontwikkelen.
Het vak Geestelijke Stromingen kan daarbij van dienst zijn.


Kinderen zien en ervaren in hun dagelijkse omgeving allerlei invloeden op onze samenleving. Het jodendom, christendom en islam, boeddhisme en hindoeïsme laten hun indrukken na, elke dag opnieuw. Moderne stromingen vanuit de westerse filosofie maken het geheel nog kleurrijker en spannender.
Voor leerkrachten is het geen geringe opgave in deze maalstroom hun weg te vinden zodat ieder tot zijn/haar recht komt. Ook zij zijn immers deel van het geheel en zullen misschien hun positie moeten herdefiniëren.

 
naar homepagina













^
Sporen naar zin  
Redactie Thom Geurts, e.a.

'Om goed onderwijs te kunnen geven in levensbeschouwing, moet je zicht hebben op je eigen levensvragen en je antwoorden daarop. Misschien reken jij jezelf tot een bepaalde geloofsovertuiging. Hoe dan ook, van belang is dat je aan het einde van de propaedeutische fase enig zicht op jezelf hebt gekregen. En vervolgens of je een antwoord gevonden hebt op de vragen: wil ik als leerkracht aandacht besteden aan levensvragen? En hoe kan ik dat doen?' Een driedelige methode levensbeschouwing en ethiek.
Deel 1: basisbegrippen
Deel 2: christelijke levensvisie
Deel 3: islam in Nederland
Uit het voorwoord van deel 3 over de islam: 'We leggen het accent op de islamitische leefwijze in de Nederlandse samenleving. In deze module stellen we nadrukkelijk de pluraliteit (veelvormigheid) van de islam in Nederland aan de orde. De meeste mensen in Nederland hebben het idee dat alle moslims in Nederland van hetzelfde laken een pak zijn. Wij denken dat het belangrijk is om op deze beeldvorming in te gaan, omdat die zo hardnekkig is. Daarom bekijken we uitvoerig wat die vooroordelen en stereotyperingen over de islam eigenlijk voorstellen.'

 
naar homepagina









^
Religieuze levensbeschouwingen serie voor het basisonderwijs  

De serie is uitermate geschikt voor leerkrachten primair onderwijs. Geen oppervlakkige kennismaking, maar een kritische uiteenzetting van de levensbeschouwelijke uitgangspunten en ervaringen.
In deze serie zijn verschenen: Jodendom, Christendom, Islam, Humanisme, Chinese levensbeschouwing, Indiase levensbeschouwing (met aandacht voor hindoeïsme en boeddhisme).

‘Onze wereld wordt met de dag kleiner. Je ziet ’s avonds op het Journaal wat eerder diezelfde dag, en dikwijls ook op hetzelfde moment, ver weg in de wereld is gebeurd of nog gebeurt. Ben je bijvoorbeeld moslim in Nederland, dan ben je moslim in een samenleving waarin godsdienst steeds meer aan betekenis verliest. Bovendien ben je lid van een minderheid.’ Ton Vink 
Uit: deel 1 van de Serie levensbeschouwingen


 
naar homepagina









^


 

Tijdschriften en complete methodes voor voortgezet onderwijs  

Voortgezet Onderwijs - tijdschriften

  • Standpunt, een complete methode levensbeschouwing en ethiek voor de basisvorming VMBO en HAVO/VWO
  • Religieuze levensbeschouwingen, een complete methode voor basisvorming en tweede fase
  • Zin Leren, een methode levensbeschouwing en ethiek voor de tweede fase
  • Serie levensbeschouwingen, methode voor de tweede fase (met name VWO)
  • Wij denken over, een methode filosofie die voorbereid op het eindexamen VWO
  • Narthex, een tijdschrift voor levensbeschouwing en educatie

  • Voor meer informatie: info@damon.nl of www.damon.nl
 
naar homepagina












^  
Schooltijd vieren  

Theo Kersten
Handboek voor vieren op de basisschool
Uitgeverij Damon
isbn 9798 9055 73 1329

 
'De school is niet enkel een leertechnisch instituut, maar ook een vormingsinstituut. De school heeft vooral ook de ontwikkeling van héél de mens in het oog te houden.' Vieringen en gedenkdagen zijn bouwstenen voor het leven. In vieringen gaat het om belangrijke levenservaringen. Suggesties voor het vieren van een verjaardag bijvoorbeeld, gaan niet over het maken van feestmutsen en versnaperingen, maar staan even stil bij: je leeftijd vieren.' De in dit boek uitgewerkte vieringen sluiten aan bij belangrijke ervaringen uit het leven van alledag en bij feest- en gedenkdagen van verschillende levensbeschouwelijke tradities. Het vieren is afgestemd op de multiculturele samenstelling van een school. Kortom: een concreet handboek ter ondersteuning van iedere leraar en ieder team. Alle vieringen werden door de auteur aan de praktijk van diverse scholen getoetst.'
Hoofdstuk 1: Een schoolweek in beeld
Hoofdstuk 2: Het leven vieren op school
Hoofdstuk 3: Stappenplan voor een
praktijk van vieren
- Eerste stap: Waarom willen we vieringen op school?
- Tweede stap: Uiteenlopende momenten
- Derde stap: Bouwstenen voor een viering
- Vierde stap: Variabele werkvormen, - beelden/symbolen
- Vijfde stap: Voorwaarden, planning, evaluatie en verslaggeving
Hoofdstuk 4: Omgaan met verhalen
Hoofdstuk 5: Vieringen rond typische schoolgebeurtenissen
- Opening van het schooljaar
- Sluiting van het schooljaar
- Afscheid van groep acht
- Weekopeningen en -sluitingen
- Leeftijd vieren (verjaardag)
- Welkom aan nieuwe kinderen
- Jubileum van een leerkracht
- Opening van een nieuwe school

Hoofdstuk 6: Vieringen rond seizoenen en evenementen
- Vredesweek vieren
- Het vieren van de seizoenen
- Werelddierendag
- De tijd vieren
- Sinterklaasfeest
- Kinderboekenweek
- Boomplantdag
Hoofdstuk 7: Vieringen rond belangrijke godsdienstige feesten
- Diwaliviering
- Advent en Kerstmis vieren
- Viering van de ramadan
- Carnaval en christelijke vastentijd
- Viering van palm tot pasen
- Pesach vieren
- Viering van pinksteren
Hoofdstuk 8: Vieringen rond de actualiteit
- Ikke, ikke...
- Pesten, gepest...
- Leven en dood vieren
- Een wereld van verschil
Achtergrondboeken

 
naar homepagina




















^
Filosoferen met kinderen  
Berrie Heesen
uitgeverij Damon
 

Klein maar dapper

bestemd voor groep 2 en 3
 

Een bundel verhalen die kinderen (maar ook volwassenen) prikkelt tot nadenken over fundamentele vragen. Door de toevoeging van verwerkingsvragen en toelichtingen is dit boek tevens te gebruiken als een methode die verband legt tussen de natuurlijke kinderlijke interesse in levensvragen en het belang van het beter denken en communiceren. Met illustraties.

De vliegende papa's
bestemd voor groep 2 en 3
 

Het actief samen nadenken of filosoferen is de afgelopen jaren op steeds meer basisscholen waarneembaar. Deze nieuwe bundel geeft de leraar steun bij het filosoferen met kinderen. Het bevat 15 nieuwe korte verhaaltjes met filosofische thematiek, gespreksvragen en opdrachten. Daarnaast zijn enkele gesprekken met groepen kinderen opgenomen die ook nabesproken worden. Dit boek biedt u een goed overzicht van het filosoferen met kinderen en veel materiaal waarmee u meteen kunt beginnen.  Enkele verhalen zijn in acht talen vertaald en op basisscholen in heel Europa getest. Met kleurillustraties
pantomime, gipsen voetafdrukken maken en het werken met een bouwplaat.

 
naar homepagina



^

Durft Marie in de ton?

bestemd voor groep 5 en 6
 

Een mooi kinderverhaal over het meisje Marie. Haar vader moet zeven weken op reis. Als hij weg is, luistert Marie naar het bandje dat haar vader ingesproken heeft. Op het bandje staat de stem van pa. Hij vertelt een verhaal van een rare man. Dio heet de man en hij woont in een ton. Echt waar. Marie luistert. De stem van pa is een beetje pa. 'Word ook beroemd Marie, kruip in een ton.' Durft ze dat?

De Odysseia vormt het uitgangspunt voor deze lesmodule. De Odysseia gaat over de mens die niet wil buigen voor de wil van de goden en geen speelbal wil zijn van het lot. Een mens die niet wil winnen door brute kracht, maar door argumentatie, humor en intelligentie. De reis van Odysseus is meer dan een avontuur, het is een zoektocht naar het wezen van de mens. Het centrale thema van de lesmodule is de avontuurlijke zoektocht van elk mens naar zijn eigen identiteit. Dit lesmateriaal is project bestaat uit ongeveer 15 bijeenkomsten en is bedoeld voor de groepen 4/6.

Het is met het oog op hun verdere school en loopbaan van belang dat kinderen goed met elkaar kunnen communiceren en dat zij hun sociale vaardigheden verder ontwikkelen. De beide projecten geven een handreiking om vanuit de eigen identiteit in dialoog met andere kinderen eigen waarden te verkennen, te ontwikkelen en in praktijk te brengen.

 
naar homepagina










^

Kinderen filosoferen

bestemd voor groep 8
 

Pjoki Teer schrijft problemen op ballonnen, prikt ze door, dan zijn ze opgelost. Is dat een oplossing? Wanneer niet en wanneer wel? Boy sorteert mensen? Kan dat? Mag dat? Wie was de oudste vragensteller? Wat zijn jouw eigen ontdekkingen? Hoe zie jij de dood? Een leerlingenboek met een kloeke handleiding.

Dit boek kan beschouwd worden als een vervolg op ‘Klein maar dapper’: verhalen en opdrachten om met kinderen (vanaf 10 jaar) te filosoferen. De verhalen vertonen een doorlopende lijn. Het boekje is geheel geïllustreerd (kleur).

De handleiding bij het leerlingenboekje ‘Kinderen filosoferen’ is geschreven voor leraren. Deze bevat een inleiding in het filosoferen met kinderen, manier van aanpak en ideeën voor de introductie van het filosoferen in de basisschool. Elk verhaal uit het leerlingenboek is voorzien van achtergrondinformatie en suggesties voor behandeling met kinderen.

 
naar homepagina









^
Passe Partout  
Jos van Remundt
2005, Uitgeverij Damon.

isbn 978-90-5573-619-5
 

Zeer geschikt voor dagopeningen, kringgesprekken en andere gebeurtenissen
die aandacht vragen van leerlingen en leerkrachten.

Passe Partout - de naam zegt het al - geeft u, als leerkracht van een basisschool, de mogelijkheid om een eigen 'lijst' om uw 'klas of 'schoolpraktijk'' te bouwen.
Aan de hand van afbeeldingen kunnen leerlingen vrij associëren. De vragen en de informatie op de achterzijde bieden de mogelijkheid om het thema van dat moment uit te diepen. Voorts kunt u de thema's verder uitwerken aan hand van 'De Vleugels van de Tijd' en 'Schooltijd vieren' (verwijzingen staan op de achterzijde van de kaarten.)
Passe-Partout kan bijvoorbeeld in de plaats komen van een dagelijks gebed of kringgesprek. Zoals de naam al aangeeft, biedt Passe-Partout ruimte aan een eigen inbreng, is de methode toepasbaar in diverse situaties, niet vastomlijnd, maar haalt naar voren wat er werkelijk toedoet. Zo kunt u daarmee ook de identiteit van uw school mede vormgeven.

U geeft de kinderen aan de hand van deze werkwijze een mogelijkheid om te leren hun eigen inzichten en ervaringen te verwoorden. Samen met u zullen de leerlingen gaandeweg de opgedane kennis in een groter verband weten te plaatsen, leren begrijpen en aanvaarden dat iemand anders ook anders met bepaalde zaken omgaat en zo een eigen levensbeschouwelijke identiteit ontwikkelt.

naar homepagina









^
Ik kon mijn adem niet ademen & Uitstekend Goed!  

Joke de Heer, Maarten Vos
2002, Stichting Echelon - Uitgeverij Damon

isbn 978-90-5573-335-4 / 978-90-5573-330-9

 

Sociaal-emotionele vorming. Dramalessen en spelsituaties voor de middenbouw van het basisonderwijs.
Kinderen hebben steeds te maken met veranderingen in hun eigen buurt, op hun school en in hun klas. Tegelijkertijd kunnen zij in een oogwenk kennis nemen met alles wat in de wereld gebeurt. De opvoeding wordt voor een groot deel door de thuissituatie bepaald en toch blijven veel kinderen met vragen en problemen zitten. Hierin kan het onderwijs een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld in het opbouwen van een goed waarden- en normenpatroon. Van belang is dat kinderen met verschillende culturele achtergronden goed met elkaar kunnen communiceren. Deze twee uitgaven zijn hiervoor een positieve handreiking.
De inhoud van de twee projecten is als volgt:
"Ik kon mijn adem niet ademen" gaat over de basisemoties. Hier worden vier basisemoties behandeld: boosheid, angst, blijheid en verdriet. en het andere project:
"
Uitstekend goed" gaat over hoe de kinderen met elkaar kennis kunnen maken, hoe je om iets vraagt, hoe je complimenten kan geven of krijgen en over sorry zeggen.
Drama is de belangrijkste werkvorm. Kinderen leven zich in in hun eigen rol en in die van de ander. Een project bestaat uit ongeveer 15 bijeenkomsten en is bedoeld voor de groepen 4/6. Dat kinderen goed met elkaar communiceren en hun sociale vaardigheden verder ontwikkelen is essentieel voor hun verdere school- en loopbaanontwikkeling. De beide projecten zijn een instrument om in dialoog met de kinderen waarden te verkennen, te ontwikkelen en in de praktijk te beleven.

naar homepagina






^


Verhalencarrousel (6 delen)  
Stichting Echelon - Uitgeverij Damon  

Verhalencarrousel levert de leerlingen bouwstenen die hun fantasie prikkelen. Het materiaal biedt de mogelijkheid een weg te vinden in de verschillende cultuurgebieden waar we in het onderwijs mee te maken hebben. Met Verhalencarrousel kan de communicatie over en de inhoud van levensbeschouwingen op elkaar afgestemd worden.
De zesdelige serie is gebaseerd op verhalen uit verschillende levensbeschouwingen; de methode is die van 'exemplarisch leren'. Telkens wordt een belangrijk onderdeel of voorbeeld (exemplaar) genomen uit het grote geheel. Omdat dit voorbeeld relevant is, is de leerling gemotiveerd te leren.
Daarbij is de samenhang tussen de thema's belangrijk. De nadruk wordt niet gelegd op het veel weten over een bepaalde levensbeschouwing maar op het kennismaken met interessante ideeën en gebruiken uit levensbeschouwingen die leerlingen tegenkomen in het dagelijks leven.
Aan de orde komen: boeddhisme, hindoeïsme, jodendom, christendom, islam en filosofie.

De zes boekjes kunnen als leesboekjes (klassikaal én individueel) gebruikt worden. Elk deel heeft ook nog een docentenhandleiding met extra informatie en tips.

 

Verhalencarrousel:
- Ik wil naar buiten
- Het geheim van de rivier
- Wij willen het anders
- Wie zeg je dat ik ben?
- Duizend en één vragen
- Mij maak je (niks) wijs!




zie ook:

David, held en schurk
In het spoor van de wind

Goede Manieren





^

Ik wil naar buiten!

bestemd voor groep 3 en 4

Aan de hand van de boeddhistische levensvisie komen voor zes- en zevenjarige kinderen relevante thema's aan de orde. De kinderen stellen vragen over leven, lijden en dood. Een sterfgeval in de familie, een ernstig zieke oma of de dood van een huisdier zijn gebeurtenissen die op deze leeftijd heel bewust ervaren worden en veel vragen oproepen. 'Waarom worden mensen ziek? Waarom gaan mensen dood? Waarom? Waarom?' Door deze vragen geven de kinderen aan dat ze naar 'buiten' willen. Ze willen de wereld om zich heen ontdekken en leren begrijpen. Vandaar de titel van dit deeltje: Ik wil naar buiten!
De boeddhistische visie op het leven betekent onder meer: geduld oefenen en leren openstaan voor prettige en onprettige gebeurtenissen die je overkomen. Meditatie is belangrijk in het boeddhisme. Het is een manier om tot een bepaalde vorm van zelfkennis te komen, om in een veelheid van gebeurtenissen een evenwichtige levenshouding te bewaren.
isbn 978-5573-337-8








^

Het geheim van de rivier.

bestemd voor groep 4 en 5

In dit project staan een aantal thema's centraal: waarom het water en de koe voor de Hindoe belangrijk zijn. De kosmos, de wereld is belangrijk. Men mag de kringloop niet verstoren. Want wanneer men die verstoort, dan doet dat ook schade aan zijn eigen leefwereld! Hier wordt in het lesmateriaal dan ook verband gelegd hoe wij met ons water, natuur en leefwereld omgaan.
In het hindoeïsme kent men vele godsbeelden; mannelijk en vrouwelijk. Kinderen maken kennis met deze godsbeelden. En naar aanleiding van deze beelden gaan de kinderen nadenken hoe de beelden in hun eigen leefwereld een rol spelen. Een Hindoe ziet de wereld om zich heen als een geheim. De wereld waar je eerbied en respect voor moet hebben.

isbn 978-90-5573-613-3
naar homepagina






^

Wij willen het anders

bestemd voor groep 5 en 6

Het verhaal 'Wij willen het anders!' is gebaseerd op het joodse boek 'Sjemot' (bijbelboek 'Exodus'). Het meisje Nahal maakt mee hoe Mosjè zijn volk bevrijdt uit de slavernij in Egypte. Zij maakt een spannende ontdekkingsreis naar vrijheid. Samen met de anderen zoekt zij een eigen plek in de wereld.
Het leesboek nodigt uit tot meer en het volgende kan in de klas gedaan worden.
Wat neem je mee als je op reis gaat? Een door de kinderen te maken koffertje vormt in het project een steeds terugkerend element. Na elke les krijgen ze een opdracht of vraag om iets uit de lessen mee te nemen in de koffer, of er juist iets uit te halen. Zo stellen ze een deel van de bagage voor hun (levens)reis samen.
Leesboek en bijbehorend lesmateriaal nodigen uit om te reflecteren op eigen en andermans ervaringen. De kinderen leren kritisch te kijken naar 'vanzelfsprekendheden' en gebruiken hun creativiteit om op allerlei terreinen vrij te zijn: vrij van vooroordelen, vrij van de beklemming van angst en onzekerheid, vrij om een eigen keuze te maken, soms tegen heersende opvattingen in. Het leesboek helpt om daarbij de (soms moeilijke) werkelijkheid onder ogen te blijven zien. Vrijheid komt je niet aanwaaien en is ook zeker niet hetzelfde als bandeloosheid.
De joodse godsdienst heeft een praktische insteek: het gaat er niet om wat je 'vindt' of 'gelooft' maar om hoe je handelt. Het les- en leesmateriaal laat kinderen kennismaken met elementen uit de joodse traditie die voor elke samenleving van waarde kunnen zijn. Zo wordt een feest georganiseerd naar aanleiding van de joodse Pesachviering en vormt het Loofhuttenfeest aanleiding tot het nadenken over de manier waarop je woont.
Didactische werkvormen: het lezen van de verhalen, spel en oefeningen, een feest organiseren, een wereldmaaltijd, werkbladen, kringgesprekken.



isbn 978-90-5573-614-0

naar homepagina













Doen wat je zegt Kiezen om te delen
Van de CD's 'Verder dromen' en 'Dromen'
Tekst en muziek:
Arie de Bruin
Stichting VPCS,
Postbus 22009
3003 DA Rotterdam

^

Wie zeg jij dat ik ben?

bestemd voor groep 6 en 7


Wie zeg jij dat ik ben? is een lessenserie over het christendom. In de loop van de geschiedenis krijgt Jezus telkens een nieuwe betekenis voor mensen. Was hij een heerser of een eenvoudige herder? Was hij een strijder of een onbegrepen martelaar? Aan de hand van een spannend leesboek maken kinderen kennis met de verschillende verschijningsvormen van Jezus. Zij worden uitgedaagd met deze beeldvorming van Jezus te spelen. Wie zeg jij dat ik ben?

isbn 978-90-5573-379-8





^

Duizend-en-één vragen.

bestemd voor groep 7 en 8

Er gaat geen dag voorbij of er worden berichten verspreid met betrekking tot de islam via de Nederlandse media. Iedereen heeft wel een mening, oordeel of prangende vraag.
In Duizend-en-één Vragen worden vragen gesteld en antwoorden gezocht zonder kant-en-klare oordelen. Samen met hoofdpersoon Samir, een jongen met duizend-en-één vragen, gaan de kinderen op zoek naar het hoe en waarom van leefregels uit de islam en leefregels in hun eigen leven. Zijn het alleen lastige verplichtingen? Of hebben ze een waardevolle betekenis?
Een speels en spannend project voor nieuwsgierige leerlingen en hun leerkrachten, rond de islam, het leven van Mohammed en het dagelijks leven.
"Duizend-en-één Vragen vind ik echt leuk en goed geschreven! Ook vind ik het inleefbaar voor zowel moslim- als niet-moslimkinderen." Abdulwahid van Bommel, geestelijk verzorger in de gezondheidszorg en publicist.
isbn 978-90-5573-376-7








^

Mij maak je (niks) wijs!

bestemd voor groep 8

Socrates? Socra-wie? Welke achtstegroeper heeft er nu van Socrates gehoord? Paul, Charmaine en Rowan in elk geval niet. Toch komen ze in een spannend avontuur in aanraking met de vragen waar die Griekse filosoof zich ook al mee bezighield. Op een speelse manier maken de leerlingen kennis met een van de grondleggers van de filosofie, wiens gedachtegoed nog steeds actueel is. In dit leesboek (of project) maken de kinderen kennis met filosoferen aan de hand van het gedachtegoed van vier grote denkers: Socrates, Plato, Aristoteles en Diogenes. Ze hebben een grote invloed gehad op de cultuur en wetenschap in de westerse en Arabische wereld. De kinderen gaan zoekend en vragend deze filosofische wereld rond. Na deze rondgang zullen zij zich kunnen plaatsen bij één of andere filosoof. Hopelijk is dat voor de kinderen dan ook een aanleiding om zich verder te verdiepen in de filosofische wereld die hen aanspreekt! Het is hun keuze en daarom kan je ze dan ook niks wijsmaken!

isbn 978-5573-615 7

naar homepagina










^
Spelen met heilig vuur  
Hilda Algra
2006, uitgeverij Damon

isbn 978-90-5573-700-0
 

Erna emigreert samen met haar ouders en broers naar India. Ze maakt kennis met allerlei aspecten van de Indiase samenleving en het hindoeïsme.

Dit leesboek is bedoeld voor kinderen vanaf tien jaar. Bij het leesboek hoort een gelijknamige serie van zes lessen voor de bovenbouw van de basisschool.

 

naar homepagina

 

 

^

 

David, held en schurk  
Monique de Jong
Stichting Echelon

isbn 978-90-72998-08-8
 

Uitgangspunten en doelstellingen:
De bijbelboeken 1 en 2 Samuel vormen het uitgangspunt voor de lesmodule. Aan de hand van gebeurtenissen uit het Davidverhaal wordt het thema Machtsmisbruik uitgewerkt en geconcretiseerd. De leerlingen herkennen machtsstucturen in hun eigen leven en leren ermee omgaan. Er wordt vanuit gegaan dat ook beladen onderwerpen (sexuele intimidatie) met kinderen besproken kunnen worden omdat ze deel uitmaken van de ervaringswereld van kinderen.
Dit lesmateriaal is gemaakt in samenwerking met Loek van Veldhuyzen van het APS.

Inhoud:
Het begeleidingsboek bevat dertien lessen. Het thema machtsmisbruik wordt steeds op een andere manier uitgewerkt. Macht tussen vrouwen en mannen, in vriendschappen, in verband met het maken van keuzes, macht en slachtoffers, uitzichtsloosheid, legitimatieplicht en andere regels.
De didactische werkvormen in de lessen zijn onder andere: het samen lezen van de verhalen, het inventariseren van associaties, het voeren van kringgesprekken, het gebruik van werkbladen en foto’s, het spelen van rollenspellen.
Het schaduwverhaal David, held en schurk gaat over een jongen (schaapherder) die al op jonge leeftijd tot opvolger wordt aangewezen van een koning die hem eerst liefheeft als zijn eigen zoon, maar hem al snel vervolgt op leven en dood. Als David later zelf koning is, staat zijn lievelingszoon Absalom hem naar het leven.

naar homepagina













^
Goede manieren  
Bob van de Meer
Stichting Echelon
 

Uitgangspunten en Doelstellingen:
Uitgangspunt voor de lesmodule 'Goede manieren' (1995) vormen de hoofdstukken 27 tot en met 50 van het bijbelboek 'Genesis,' waarin de verhalen worden verteld over Jacob en Jozef.
Met het verhaal en de daarbij behorende verwerkingsvormen kunnen de kinderen inzicht ontwikkelen in bepaalde mechanismen die met agressie (pesten) en zondebokken te maken hebben en hoe zij bepaalde situaties kunnen veranderen. Het project maakt bespreekbaar hoe mensen met elkaar omgaan: liegen, elkaar bedonderen, haat, maar ook met solidartiteit, vertrouwen en mededogen. Dit lesmateriaal is gemaakt in samenwerking met Bob van der Meer van het APS.

Inhoudsbeschrijving:
Het begeleidingsboek bevat tien lessen. In de lessen komen onder andere de volgende thema’s aan de orde: bedriegen, pesten, vriendschap, dromen, schuld, onrecht, jaloezie, wraak, belonen, helpen, inleven in anderen, vrede.
De didactische werkvormen in de lessen zijn onder andere: het samen lezen van verhalen, het maken van tekeningen, het voeren van kringgesprekken, het spelen van rollenspelen, dans, zang en het gebruik van werkbladen.
In het schaduwverhaal ‘Goede manieren’ wordt Genesis 27-50 vrijwel integraal verteld. Het verhaal volgt het leven van Jozef.

 
naar homepagina













^
In het spoor van de wind  
Simon Deen
Stichting Echelon
isbn 978-90-72998-00-2
 

Uitgangspunten en doelstellingen:
De Odysseia vormt het uitgangspunt voor de lesmodule. De Odysseia gaat over de mens die niet wil buigen voor de wil van de goden en geen speelbal wil zijn van het lot. Een mens die niet wil winnen door brute kracht, maar door argumentatie, humor en intelligentie. De reis van Odysseus is meer dan een avontuur, het is een zoektocht naar het wezen van de mens. Het centrale thema van de lesmodule is de avontuurlijke zoektocht van elk mens naar zijn eigen identiteit. Dit lesmateriaal is gemaakt in samenwerking met Rob Tielman, Universiteit voor Humanistiek (Humanistisch Vormings Onderwijs).

Inhoudsbeschrijving:
Het begeleidingsboek bevat dertien lessen. Telkens wordt het thema: ‘identiteit' op een andere manier uitgewerkt, gerelateerd aan de belevenissen van Odysseus. De didactische werkvormen in de lessen zijn onder anderen: het samen lezen van de verhalen, het inventariseren van associaties, het voeren van kringgesprekken, het gebruik van werkbladen, het spelen van rollenspellen, kompaswoorden, het schrijven van een verhaal. De belangrijkste en steeds terugkerende werkvorm is het interpreteren van de Griekse goden en het maken van een pantheon.
Het schaduwverhaal In het spoor van de wind beschrijft het verhaal van Odysseus die door een list de stad Troje verovert, maar zich daardoor de woede van de goden op de hals haalt. Door hun toedoen komt hij pas na een twintig jaar durende reis thuis.

naar homepagina













^

Een van ons

 
Een lessenserie over de holocaust.
Ontwikkeld door Stichting Echelon en het APS
 
De lessenserie Een van Ons (1997) bestaat uit zes leerlingenboekjes, een docentenhandleiding en een video. De lessenserie is gebaseerd op het boek "Zeg dat we het niet vergeten" (Lemniscaat Rotterdam). Het boek en het begeleidend onderwijsmateriaal richten zich op 14-15 jarigen in alle vormen van voortgezet onderwijs. Het materiaal kan in lessen geschiedenis en maatschappijleer gebruikt worden, maar evengoed in lessen godsdienst, levensbeschouwelijke vorming of lessen over normen en waarden. Het kan ook een rol spelen in de jaarlijkse 4 mei herdenking en de 5 mei activiteiten, of in het kader van intercultureel leren of anti-racistisch onderwijs. Het lesmateriaal is ontwikkeld door Stichting Echelon en te bestellen bij het APS, tel. 030-2856606.

Enkele karakteristieken van dit lesmateriaal:

  • Nieuw is dat níet het Nederlandse perspectief centraal staat, maar het Europese. De Holocaust, de oorlog tegen de joden was immers een Europese aangelegenheid.
  • Ook staat niet één kind centraal, in de persoon van Anne Frank of iemand anders, maar alle kinderen en jongeren die toen vervolgd werden. Twintig van hen volgen we op de voet.
  • We hebben het niet alleen over joodse kinderen, maar ook over gehandicapte, homosexuele en zigeunerkinderen en jongeren. En ook over de vervolging van de kinderen van Jehova's getuigen en bijvoorbeeld Pools-katholieke kinderen.
  • We besteden niet alleen aandacht aan de daders, de slachtoffers en de verzetsmensen, maar ook aan de omstanders: de meelopers en de toekijkers. Zij vormen in elke oorlog de grootste groep.
 
naar homepagina






^
Filmmodules  

Lessen met op de leeftijd afgestemde thema's rondom films.

Titels voor het basisonderwijs en de beschrijving ervan:
Groep 3 Rode Ballon
Groep 4 Het Zakmes
Groep 5 De Tasjesdief
Groep 6 E.T.
Groep 7 Mijn vader woont in Rio
Groep 8 Karate Kid (is van deze site te downloaden)

Voor groep 8 en de brugperiode van het vervolgonderwijs:
- Basic Instinct
- Halfaouine

Lesmodule bestaat uit: 50-75 blz., in de rug geniet, A4-formaat, met te kopiëren werkbladen.
Uitgegeven door Stichting Echelon. Video's van de films zijn eventueel via Echelon te verkrijgen.
De modules zijn verkrijgbaar zolang de voorraad strekt.

 
naar homepagina














^

De Rode Ballon (1956. 30 min.)

bestemd voor groep 3
 


De film 'Le Ballon Rouge' gaat over de vriendschap van een jongetje met een rode ballon. De film is in grijsblauwe tinten opgenomen, de ballonnen zijn felgekleurd. Er wordt bijna niet gesproken.

De doelen van de lesmodule (1996) 'De rode ballon' zijn: het stimuleren en helpen van de kinderen om waarde te hechten aan hun eigen gevoelens en gedachten; het leren uiten van gevoelens; zich leren inleven in gevoelens van anderen; het leren troosten van iemand anders.

Lesactiviteiten: een introductiegesprek; het werken met werkbladen; het gebruik van spiegels; het kijken naar (delen van) de film; een nagesprek, een rollenspel en het maken van een woordveld.

 
naar homepagina




^
Het zakmes (1992. 90 min)
bestemd voor groep 4
 


De film 'Het zakmes' gaat over een zesjarige jongen, Mees, die per ongeluk het zakmes van zijn vriendje Tim in zijn zak stopt. Als Mees het zakmes terug wil brengen, blijkt Tim net verhuisd te zijn. Omdat zijn ouders geen tijd hebben moet Mees helemaal alleen op zoek naar zijn verhuisde vriendje.

De doelen van de lesmodule (1995) zijn gebaseerd op de thema's uit de film: kennis maken met het verschijnsel hebbedingetjes, op zoek gaan naar een manier om met iemand contact te maken, eigen geheimtaal, inzien dat je verdriet mag hebben bij tegenslagen.

Lesactiviteiten: introductiegesprek, het kijken naar de film, een rollenspel, het werken met de werkbladen, het maken van een tentoonstellingstafel met hebbedingen, het maken van een lied (gedichtenbundel) en het houden van een songfestival.

 
naar homepagina





^

De Tasjesdief (1995. 94 min.)

bestemd voor groep 5
 

Roos, de oma van de 12-jarige Alex, is in haar huis overvallen door twee jongens. Alex heeft de jongens gezien en wil hen bij de politie aangeven, maar dat mag niet van Roos. Zij laat Alex beloven er met niemand over te praten. Alex bewaart het geheim van zijn oma. Maar vanaf dat moment wordt hij gechanteerd door de twee overvallers. Wanneer de situatie voor Alex onhoudbaar wordt, neemt hij het heft in eigen handen. Hij zorgt ervoor dat de overvallers door de politie worden opgepakt.

'Een ruggengraat hebben' is het centrale thema van de film. Dit thema is in deze lesmodule (1998) uitgewerkt. Ervaren dat je met houding en bewegingen van je lichaam veel kunt zeggen; je bewust worden van verschillende vormen van de baas zijn en de baas spelen; het ontdekken van manieren om met angsten om te gaan; ervaren dat het prettig kan zijn om alleen te zijn; een geheim hebben; ontdekken dat je je tegen machthebbers kunt verweren.

Lesactiviteiten: het opbouwen van een skelet, het kijken naar de film, luisteren op verschillende manieren, werken met de werkbladen, oefenen in alleen zijn, yoga-oefeningen, het maken van een zelfportret, het geven van een 'steuntje in de rug,' groepsgesprek, kijken en schrijven vanuit een bepaald perspectief.

 
naar homepagina









^

E.T.(1982. 100 min.)

bestemd voor groep 6
 


Een klein ruimtewezen blijft per ongeluk achter op een open plek in het bos. Elliot, een jongen van twaalf jaar, vindt het wezentje. Het buitenaardse wezen beschikt over een geheimzinnige kracht waarmee het een verwelkte plant weer tot leven wekt. Elliot en het ruimtewezen staan in een soort telepatisch contact met elkaar. Dat blijkt als het wezentje per ongeluk bier drinkt. Elliot, die op dat moment op school is, wordt dronken. De kinderen bouwen voor E.T. een antenne zodat hij contact kan zoeken met zijn soortgenoten. Maar de antenne werkt niet en E.T. wordt ziek. Alles wijst erop dat E.T. dood gaat. Maar Elliot merkt dat de soortgenoten van E.T. onderweg zijn. De kinderen brengen E.T. terug naar de open plek in het bos. Daar landt het ruimteschip en het neemt E.T. weer mee.

Het uitgangspunt van de lesmodule (1994) is het omgaan met de natuur, dat een tedere en zorgzame houding vereist. De doelstellingen zijn: het verwerven van een eigen, bewuste houding ten aanzien van al wat leeft; ontdekken dat alles wat leeft kwetsbaar is; ontdekken dat er veel communicatievormen zijn. (In deze module ligt de nadruk op de tastzin (voelen, strelen, tasten) en gebaren.)

Lesactiviteiten: vertonen en bespreken van de film; werken met de werkbladen; een tentoonstelling maken; een masker maken; een boom analyseren; een stuk grond adopteren.

 
naar homepagina

 










^

Mijn vader woont in Rio ( 1989. 95 min.)

bestemd voor groep 7
 

'Mijn vader woont in Rio' gaat over een meisje, Liesje, wier opa is overleden. Opa was voor haar een vertrouwensfiguur. Door zijn overlijden moet zij nu veel alleen verwerken. De vader van Liesje woont in Rio, tenminste dat denkt zij. Maar in werkelijkheid zit hij in de gevangenis wegens drugssmokkel. Na de dood van opa komt de vriend van de moeder bij hen inwonen: in de kamer van opa. Liesje besluit met het vliegtuig naar Rio te gaan. Met de hulp van de gevangenisdirecteur weet de vader van Liesje haar net op tijd op het vliegveld te vinden.

Met deze lesmodule (1994) maken de kinderen kennis met het verschijnsel begrafenis/crematie; leren ze beschrijven hoe mensen thuis leven en hoe mensen elkaar kunnen ervaren en waarderen; ervaren ze dat de waarheid zeggen niet altijd kan; dat mensen door gebruik te maken van hun fantasie, kracht en doorzettingsvermogen kunnen krijgen; en kunnen ze aangeven hoe een ideale leefsituatie eruit ziet.

Lesactiviteiten: vertonen en bespreken van de film; werken met de werkbladen; een tentoonstelling maken van zelfgemaakte papieren vliegtuigen; het maken van collages.

 
naar homepagina









^

The Karate Kid (1984. 120 min)

bestemd voor groep 8
 

Daniël, een jongen van zestien jaar, verhuist met zijn moeder naar een andere stad. Hij wordt verliefd op het meisje Ali. Maar zodra haar ex-vriend Johnny dat merkt, slaat hij Daniël in elkaar. Daarop besluit Daniël naar de plaatselijke karakteschool te gaan, maar daar blijkt Johnny juist de scepter te zwaaien. Dan maakt Daniël kennis met de oude conciërge van het huis die een Japanse karateleraar blijkt te zijn. Daniël wordt in deze sport ingewijd, maar het blijkt eerder een kwestie van zelfbeheersing dan van vechtlust te zijn.

Het uitgangspunt van de module (1990) is het hebben van een eigen houding ten aanzien van regels en de rol die de leraar daarbij speelt. Thema's uit de film zijn: oosterse filosofie, metaforen en symbolen. Doelstellingen zijn: het verkrijgen van inzicht in vriendschappen; inzicht in het beoordelen van mensen; het ontdekken van sociale gedragscodes; kunnen hanteren van enkele metaforen en symbolen.

Lesactiviteiten: vertonen en bespreken van de film; werken met de werkbladen; een eigen fantasieboom (bonsaï) tekenen; kringgesprek, evenwichtsoefeningen; fotocollage maken, bespreken en zelf ontwerpen van symbolen.

naar homepagina











^
Basic Instinct (1991, 90 min.)
bestemd voor groep 8 en brugklas
 


Curran is rechercheur van politie en belast met het oplossen van een moordzaak. Het spoor leidt naar Catherine, schrijfster van detectives. Catherine is een lustmoordenares die haar mannelijke slachtoffers doodt met een ijspriem. Hoewel Curran na enige tijd zeker weet dat Catherine de moordenares is, kan hij geen weerstand bieden aan haar provocerende verleidkunst. Curran krijgt een sexuele relatie met Catherine en dreigt een van haar slachtoffers te worden.

Basic Instinct gaat over het telkens opnieuw bepalen van een (tijdelijk) evenwicht tussen goed en kwaad. Niemand in de film is de hoofdpersoon. Iedere speler is op zoek naar evenwicht, of gaat er juist tegenin. Net als in de realiteit, is de waarheid niet te ontsluieren. Om met deze ambivalente en gefragmentariseerde werkelijkheid om te gaan, is lef en fantasie nodig.

Uigangspunt in deze module is dat jongeren in belangrijke mate door televisieprogramma's en speelfilms worden gevormd. Binnen de socialisatie van jongeren spelen ouders en leerkrachten een geringere rol dan vroeger. Het is belangrijk om datgene wat door film- en televisiemakers wordt voorgeschoteld, aan onze eigen ervaringen te koppelen. Daartoe kunnen de lessen levensbeschouwelijke communicatie de mogelijkheid bieden, omdat daarbij een beroep wordt gedaan op de eigen verbeeldingskracht van de leerling.
De lesmodule (1998) kent vier fasen. Elke fase bestaat uit minimaal twee lesuren, waarvan dertig minuten film. Er is keuze uit verschillende werkvormen.
Lesactiviteiten: vertonen en bespreken van de film; mandala's tekenen; discussie; huiswerkopdrachten; standbeeldentheater; bordassociaties; een politiebericht maken; elfje schrijven.

















^



Halfaouine (1990, 90 min.)

bestemd voor groep 8 en brugklas
naar homepagina

Halfaouïne is een film die zich afspeelt in een volkswijk in Tunis. Het verhaal gaat over een jongen Noura, die door zijn leeftijd op de grens van twee werelden leeft. Hij is eigenlijk te oud om nog bij de wereld van de vrouwen te kunnen horen en te jong om al in de mannenwereld opgenomen te zijn. Als Noura met zijn moeder meegaat naar het badhuis, wordt hij erop betrapt naar de vrouwen te gluren.
Via zijn vriend Salih leert Noura hoe de verhoudingen tussen mannen en vrouwen liggen.
De film is een intiem portret van een samenleving waarin de vrouwen op het eerste gezicht een ondergeschikte rol spelen, maar uiteindelijk het spel bepalen en de mannen bespotten. Er is een merkwaardig, pikant contrast tussen de strenge religie (islam) enerzijds en de alom aanwezige erotiek anderzijds.
In de multiculturele samenleving staan verschillende zingevings- en betekenissystemen naast elkaar of lopen door elkaar heen. Dit maakt de communicatie er niet gemakkelijker op. Het is niet vanzelfsprekend dat mensen elkaar vanuit eenzelfde gemeenschappelijke achtergrond kunnen verstaan.

De bedoeling van deze lesmodule is het bevorderen van empathie, betrokkenheid en autonomie. De leerlingen worden zich bewust van zogenaamde drempelsituaties en leren gevoelens te uiten. Ze leren zichzelf en anderen beter kennen, zodat wordt voorkomen dat ze in een isolement terecht komen.

De lesmodule (1998) bestaat uit vijf fasen. Elke fase bestaat uit minimaal twee lesuren, waarvan twintig minuten film. Er is keuze uit verschillende werkvormen (er zijn 10 werkbladen).
Lesactiviteiten: vertonen en bespreken van de film; mandala's tekenen; discussie; maskers maken; bordassociaties; elfje schrijven; papieren kooitjes maken; werkbladen maken.

 















^
Onderbouwprojecten op basis van prentenboeken  
De titels van de projecten verwijzen naar de gelijknamige prentenboeken.
De prentenboeken zijn verkrijgbaar bij

Boekhandel Kirchner
Leliegracht 32
Amsterdam
Tel : 020 62 4444 9
Fax : 020 62 47 488
e-mail : kirchner@xs4all.nl
Het kan worden toegezonden.

Van verscheidene dieren uit de prentenboeken bestaan er knuffels. www.knuffels.com

De projecten naar aanleiding van de onderstaande prentenboeken kunt u van deze website downloaden.










^

Er ligt een krokodil onder mijn bed

naar homepagina

Ingrid en Dieter Schubert
Illustraties: Ingrid en Dieter Schubert.
Leminscaat. isbn 9060694428

Peggie krijgt de schrik van haar leven, als ze een krokodil onder haar bed ontdekt. Gelukkig is het een lolbeest en geen engerd.

Thema:
- Naar bed gaan.
- Wat doe je als je angstig bent?
- Vriendschap sluiten.

Bij het project horen ook
werkbladen.




^
Kleine Bever en de Echo
naar homepagina

Amy Mc Donald
illustraties: Sarah Fox-Davies
Lemniscaat. isbn 9789060697665


Kleine Bever voelt zich erg eenzaam en wil een vriendje hebben. Dan hoort hij opeens aa de overkant van het meer een stem van iemand die ook een vriendje wil. Hij stapt in zijn bootje en gaat op zoek.

Thema's:
-Geluiden waarnemen en nabootsen
-Watertafel
-Eenzaamheid
-Mijn vriendjes

Werkbladen








^

download nu

Derk Das blijft altijd bij ons

naar homepagina


Susan Varley
illustraties:
Susan Varley
Lemniscaat. isbn 9789060695524

De dieren missen Derk Das heel erg na zijn dood, maar als ze over hem praten is hij toch een beetje bij hen.

Thema's:
“hoe ga ik om en verder met mijn verdriet?”
-Herinneren
-Doodgaan
-Verdriet
-Van elkaar leren

Werkbladen

 








^
Lieve Oma Pluis
naar homepagina


Dick Bruna
Mercis Publishing
isbn 9789056471712

Oma Pluis is doodgegaan en Nijntje heeft veel verdriet. Oma wordt thuis opgebaard en de begrafenis vindt plaats op een rustig plekje in het bos. Ten slotte zien we Nijntje plantjes brengen naar het graf.

Thema's:
-Verdriet
-Pas gestorven
-Graf versieren




^

download nu

Kikker en het vogeltje
naar homepagina


Max Velthuijs
Leopold bv
isbn 9789025847548

Bij de rand van het bos ligt een vogeltje.'Kijk,' zegt Kikker, 'kapot. Hij doet het niet meer.''Hij slaapt,' zegt varkentje. Maar Haas zegt: 'Hij is dood.''Dood?' vraagt Kikker. 'Wat is dat?'Bekroond

Thema's:
-Verlies
-Begraven

 



^
De mooiste vis van de zee
naar homepagina

Marcus Pfister
Uitgeverij De vier windstreken
isbn 9789055791910

Regenboog is de mooiste vis in de zee. Maar hij is trots en ijdel, en daardoor heeft hij geen enkele vriend. Pas als hij een van zijn mooie schubben weggeeft - en later nog meer - vinden ze hem aardig. En dan merkt hij dat het belangrijker is om vrienden te hebben dan de mooiste te zijn!


Thema's:
-Jaloers
-Mooi zijn
-Vriendschap
-Wanneer is iemand je vriendje?
-Met wie ga je spelen?

Werkbladen












^
Mol en het babyvogeltje
naar homepagina


Paul Newman & Majorie Newman
Gottmer Uitgevers groep
isbn 9789025735203

Wanner Mol een uit het nest gevallen babyvogeltje vindt, besluit hij het mee naar huis te nemen om ervoor te zorgen. Maar Mol leert al snel dat een dier dat in het wild geboren is, geen huisdier is...

Thema's:
-Huisdieren
-Gevangenschap van dieren
-Vrijlaten
-Hoe om gaan met dieren:
kikkervisjes
konijntjes
goudvisjes

Werkbladen












^

Winterprojecten uit De Vleugels van de Tijd (onderbouw)

 

download:

ster
     werkbladen
boom
     werkbladen
kind
     werkbladen
 
  ^
 
naar homepagina