Actueel
Recensie : Een bron
van verhalen
Kwartaalblad JOTA, augustus
1998
Drie rozenkavaliers, een luitenant en een prima boek
'Hoe komt het toch dat u
altijd voor ieder onderwerp een passend verhaal hebt?' vroeg men een rabbi.
'Ik zoek nooit naar een verhaal voor een onderwerp,' antwoordde hij, 'ik breng
alleen maar onderwerpen er sprake waar ikverhalen voor heb!' Tjeu van den
Berk bespreekt het boek Een bron van verhalen.
Er was eens een luitenant in het leger van de tsaar, die op een
dag door een kleine joodse nederzetting reed en op de zijkant van een schuur
wel honderd kleine krijtcirkels ontdekte. Midden in iedere krijtcirkel zat een
kogelgat. De luitenant was stomverbaasd, hield de eerste de beste voorbijganger
aan en vroeg wat dit te betekenen had. De voorbijganger antwoordde: 'O, dat
heeft Shepsel gedaan, de zoon van de schoenmaker. Hij is een beetje eigenaardig.'
'Dat kan me niets schelen,' zei de luitenant, 'iemand die zo goed kan schieten...'
'U begrijpt het niet,' onderbrak de voorbijganger hem, 'ziet u, Shepsel schiet
eerst en pas daarna tekent hij het krijtcirkeltje!'
Rozenkavaliers
Dit verhaal is tekenend voor het boek Een bron van verhalen. Daarin wordt de
Bijbel, naar een uitspraak van de Joodse nieuwtestamenticus Pinchas Lapide (1922-1997),
niet letterlijk genomen, maar wel serieus. Het verhaal wordt verteld door een
rabbi aan wie gevraagd wordt: 'Hoe komt het toch dat u altijd voor ieder onderwerp
een passend verhaal hebt?' Na het verhaal van de luitenant verteld te hebben,
zegt de rabbi: 'Het is met mij net als met Shepsel, ik zoek nooit naar een verhaal
voor een onderwerp, ik breng alleen maar onderwerpen ter sprake waar ik verhalen
voor heb.' Zo is het ook de drie auteurs van Een bron van verhalen vergaan.
Het zijn rozenkavaliers, maar waar zij op het eerste gezicht midden in de roos
lijken te hebben geschoten, blijken ze bij nader inzien hun rozen zo te hebben
aangebracht, dat zij recht op een doel mikken. De luitenant vergeet dat het
verhaal het onderwerp maakt. Bijbelexegese en bijbelcatechese verschillen wezenlijk.
Het is de klassieke valstrik. De mensen uit de Bijbel hadden eerst hun ervaringen,
daarna schreven ze ze pas op. De 'luitenant-catecheet' die dit niet door heeft,
begint met wat er opgeschreven staat en wil zo weer tot de ervaring komen, en
is dus zeer onbijbels bezig. Bijbelboeken zijn niet anders dan in tweede instantie
aangebrachte krijtcirkeltjes.
Kogelgaten
Om kinderen en jongeren dit door te laten krijgen, is Een bron van verhalen
geschreven. Het boek behandelt vier thema's: 1) Op verhaal komen met oude verhalen
uit de bijbel - speciaal geschikt voor Pabo-studenten en leerkrachten op een
basisschool; 2) Komen de kinderen op verhaal met een kinderbijbel? - speciaal
geschreven voor ouders en opvoeders die van plan zijn om met een kinderbijbel
te gaan werken; 3) Met welke kinderbijbel kom jij op verhaal? - voor kinderen
van de hoogste groepen van het basisonderwijs, voor brugklassers en voor (kerkelijke)
vormingsgroepen;
Deze vier 'kogelgaten' spreken op zich nog niet direct tot de verbeelding. Het zijn dan ook de cirkels die er omheen getrokken worden, die dit boek zo bijzonder maken. Speciaal eraan is de wijze waarop met de genoemde thema's wordt omgegaan, namelijk zó dat de leerling ze zelf ontdekt, doorkrijgt en uitwerkt. Via uitgekiende werkvormen beweegt hij zich in de wereld van verhalen, realiseert zich wat een verhaalde werkelijkheid is, en ervaart de noodzaak van het feit dat verhalen vertalen betekent.
Krijtcirkels
Ik ben verbaasd hoe serieus het kind hier genomen wordt, hoe hoog het aangeslagen
wordt. De leerstof wordt absoluut niet in hapklare brokjes voorgekauwd. De
kinderen moeten constant zelf en zichzelf evalueren. Bij het derde thema bijvoorbeeld
gaan zij zelf aan de slag met verschillende kinderbijbels, krijgen daarbij
uitgebreide vragenlijsten te beantwoorden, moeten kinderbijbels waarderen,
vormen daarvoor een kinderjury, enzovoort. Het is onwaarschijnlijk hoe snel
de kinderen weten waar ze precies hun krijtcirkeltjes moeten trekken. Na drie
á vier bijeenkomsten van ongeveer twee uur ontwikkelen zij een scherpe kijk
op het verschijnsel Bijbel, hebben in de gaten dat het een boek vol boeken
is, dat allerlei mensentypen erin voorkomen, en weten zij het verschil tussen
een scheppingsverhaal, een historisch verhaal en wijsheidsliteratuur. En dit
alles niet omdat zij dat beleerd hebben gekregen, maar omdat zij dat zélf
geleerd hebben! Het boek barst van het werkmateriaal, geeft zeer gerichte
en uitvoerige opdrachten, houdt de kinderen bij de les, maar zó dat ze zelf
op ontdekkingstocht gaan. De kracht van deze methode is dat hij geschikt en
aan te bevelen is voor elk Nederlands kind, gelovig of niet. En wil men zich
met kinderen werkelijk kerkelijk-gelovig op de Bijbel gaan bezinnen, dan dient
dat wat mij betreft pas te gebeuren nadat zij zich gelest hebben aan deze
Bron van verhalen. Dan pas is een kind in staat de Bijbel serieus te nemen
en niet letterlijk. Ik heb altijd grote vragen bij kinderbijbels gehad. Misschien
was dat wel omdat men het kind bijna nooit leerde hoe ermee om te gaan.
Ten slotte verdient de lay-out van het boek alle lof. Prachtige verhalen over verhalen en ter zake doende instucties begeleiden de tekst in de marge van de bladzijden. De werkbladen zijn helder en instructief samengesteld, de ilustraties speels.
Simon Deen/Sietske de Jongh/Jos van Remundt, Een bron van verhalen (met een voorwoord van Nico ter Linden), Stichting Echelon 1997.