Actueel Vleugels van de tijd

Maandblad De Wereld van het Jonge Kind, 15 december 2000
De Vleugels van de Tijd

Levensbeschouwelijke Communicatie

Stichting Echelon brengt medio december een werkboek uit waarmee leerkrachten interculturele thema’s in hun groep kunnen behandelen en/of activiteiten voor de hele basisschool. Het doel van dit themaboek De vleugels van de tijd is om basisscholen te helpen bij het werken aan de onderlinge herkenbaarheid en de sociale binding van de kinderen.
Auteur: Anthon de Vries, universitair docent ontwikkelingspsychologie te Leiden.
‘Juf Kim, de oma van Aisja is nu toch in een wolk hè?’ Aisja staat er beteuterd bij te kijken. ‘Nee toch juf haar oma is toch in de grond?’ Als Wenneke, Aisja en Arno zo duidelijk staan te wachten op het wijze woord van de leerkracht, voelt juffrouw Kim dat zowel haar eigen levensbeschouwing, als haar verantwoordelijkheid als opvoeder, ten diepste wordt aangesproken.

Wat juffrouw Kim overkomt, gebeurt zo vaak in scholen. Ze zal er ter plekke een vorm voor willen vinden, om niet alleen haar eigen overtuigingen te verwoorden, maar ook Aisja, Arno en Wenneke aan het woord te laten. Niet alleen in kwesties van dood en leven, ook waar het gaat over stout en lief, onwaar en waar, kwetsbaar en sterk, gevaar en veiligheid, ziekte en gezondheid, hebben kleuters ideeën en vragen waarmee ze bij elkaar en bij de leerkracht aankloppen. Als een leerkracht zich goed voorbereid wil voelen, om de ernst waarmee kleuters zo’n onderwerp naar voren brengen, en hen ook ernstig en rijk tegemoet wil treden, zal ze waarschijnlijk behoefte krijgen aan een structuur. Een inhoudelijke, pedagogisch en didactisch doordachte structuur die meer biedt dan een incidenteel goed gekozen reactie.
De Stichting Echelon in Amsterdam is druk bezig om voor basisscholen zo' n structureel kader te bouwen.

EEN GESCHENK VAN DE WOESTIJN

Het woord ‘Echelon’ staat voor een duidelijk herkenbaar onderdeel van een marcherend leger, en ook voor traptrede. We gaan ervanuit dat de Stichting Echelon zichzelf ziet als een duidelijk herkenbaar onderdeel van het onderwijsveld. Echelon maakt al een aantal jaren lesmateriaal voor leerkrachten, kinderen en ouders van de basisschool. Materiaal dat bedoeld is om levensbeschouwelijke communicatie inhoud en betekenis te geven.
Een waardevolle kennismaking is het boek Een geschenk van de woestijn, verhalen voor 1001 kinderen.

Het boek biedt verhalen voor drie leeftijdsgroepen, te beginnen met zestien verhalen voor kleuters. En voor elke groep ook een uitgewerkt toneelstuk; voor de onderbouw is daarvoor het verhaal Doornroosje gekozen. In dit sprookje overwint het goede (de wens van de laatste fee), het kwade (de betovering van de boze fee). De uitgewerkte dramacompositie van het Doornroosjeverhaal beslaat ruim vijf pagina’s en is in alle opzichten voor leerkracht en kleuters een hanteerbare en zinvolle serie van achttien mini-acts. Het lied ‘Timpe Tampe Tovenaar’ (voor het toneel zijn de feeën vervangen door tovenaars), wordt in zeven van de achttien scènes gebruikt als middel om het drama verder te laten gaan en samenhang te waarborgen. Voor elk van de verhalen zijn de levensbeschouwelijke thema’s en de werkvormen aangegeven. En in het hele boek vinden we verhalen uit de hindoeïstische, de socialistische, joodse, islamitische en christelijke werelden. Het boek ‘Een geschenk van de woestijn’, is een geschenk voor elke leerkracht in de basisschool die van de betovering van het vertellen houdt, en die ervan geniet om met de kinderen van gedachten te wisselen over de werkelijke waarden in hun leven.

EIGENTIJDS BASISONDERWIJS

Een tweede publicatie van de Stichting Echelon heet Eigentijds Basisonderwijs 1919-2020: Levensbeschouweljke communicatie. Dit is een uitgave waar kleuters alleen maar indirect van profiteren, omdat het bedoeld is als gespreksstof voor het team van leerkrachten in de school. Sinds 1987 is het vak geestelijke stromingen verplicht in het basisonderwijs, en dit ‘Eigentijds Basisonderwijs’ biedt daarvoor een inhoudelijk, pedagogisch en didactisch model, om multicultureel onderwijs in de eigen school te bespreken. De brochure heeft een streng standpunt, als de auteurs Duinstra en Van Remundt schrijven dat juffrouw Kim in haar eentje, incidenteel, niet goed levensbeschouwelijk kan communiceren. Ze vinden dat die diepgang gedragen moet worden door het hele team. ‘En dat pas echt sprake is van een ontwikkeling in een school, als niet het onderwijs in één groep verandert. maar als de verandering in de hele school merkbaar is. Dat is het geval als het schoolteam een collectief leerproces doormaakt.’ Juffrouw Kim laat zich gelukkig niet uit het veld slaan door die opstelling. Ze weet maar al te goed hoe de rommelige praktijk van arbeidsduurverkorting, deeltijdbaan, ziekteverlof, leerlingvolgsysteem, toetsafname en stagestudent, om maar een paar punten van zorg te noemen, de levensbeschouwelijke communicatie onderling in het team vaak lelijk in de weg kunnen zitten.
Ze voelt zich in de eerste plaats verantwoordelijk voor Aisja, die haar grootmoeder verloren is, en voor Wenneke en Arno die met haar willen praten over de betekenis van het levenseinde.

Ondanks de terechte houding van de Stichting Echelon, dat het zoveel zinvoller is als het hele team van leerkrachten in een basisschool doordesemd is met de liefde voor levensbeschouwelijke communicatie, laten ze met hun aankomende publicatie die juffrouw Kim niet in de kou staan. DE VLEUGELS VAN DE TIJD

In december 2000 verschijnt bij Echelon De vleugels van de tijd, ook van Duinstra en Van Remundt. Het werkboek biedt 40 thema’s en is bedoeld om de leerkrachten te helpen bij het vormgeven van levensbeschouwelijke communicatie. Tussen die 40 onderwerpen vinden we de hoofdstukken Dood, Offer, en Liefde, en ook Vuur, Water, Licht en Aarde. Als juffrouw Kim de komende dagen met Arno, Wenneke en Aisja verder wil communiceren over de begrafenis van Aisja’s grootmoeder, en ook andere kleuters in haar klas een kans wil geven om mee te doen, kan ze uit het hoofdstuk ‘Aarde’ de suggestie overnemen om een verteltafel in te richten met aarde, stenen, schelpen en klei. En voor de dynamiek op deze verteltafel kunnen bloembollen en tuinkerszaad dienst doen. In het boek begint zo’n hoofdstuk over de aarde met een algemene beschouwing over de verbintenis van de mens met de natuur en met name met de moederaarde waar planten, dieren en mensen uit voortkomen en ook weer toe terugkeren. Een houding van besef van kleinheid is dat men op aarde knielt, zoals bij de gebeden in verschillende tradities.
Over stenen zegt het hoofdstuk dat ze overal op de wereld gezien worden als iets bijzonders. Een steen vormt bijvoorbeeld het middelpunt van de bedevaartplaats Mekka. De leerkracht doet inspiratie op voor de gesprekken bij de verteltafel, door de achtergrondinformatie te lezen bij het onderwerp dat zij kiest.

Een verhaal uit het boek ‘Een geschenk van de woestijn’ of uit een ander voorleesboek, kan het gesprek bij de verteltafel nog verdere aanknopingspunten geven.

AISJA EN DE VERTELTAFEL

Als de verteltafel de volgende dag is ingericht met potten aarde, een stuk witte plasticine, een paar stenen, en een lege aquariumbak met wit zand en schelpen, komt Als ja naar Kim. Ze laat merken dat ze het niet eens is met Wenneke en Arno, dat haar oma nu in een wolk is of in de grond zit. Kim was al van plan om op condoleance bezoek te gaan bij het gezin van Aisja. Ze zegt dan ook tegen het meisje dat ze vlug bij haar thuis zal komen, om bloemen te brengen ter ere van haar oma. Kim besluit om de geheimzinnige tafel pas een rol te geven, als ze beter begrijpt welke betekenis het overlijden van haar grootmoeder voor Aisja heeft.
De grootmoeder is op een Islamitische begraafplaats in Rotterdam begraven. Aisja is niet mee geweest naar de begrafenis, maar bij vrienden van de familie opgevangen. Kim brengt tijdens haar visite voorzichtig ter sprake dat Aisja het niet eens is met de gedachte dat de ziel na de dood in de wolken zal zijn, als een beeld van de hemel. Waarop de ouders vertellen dat ze Aisja hebben uitgelegd dat de ziel van haar oma na de dag des oordeels bij Allah in het paradijs zal zijn, en dat ze denken dat het paradijs lijkt op een prachtige tuin met bomen vol vogels en vruchten en dat er overal fonteinen zullen zijn met water. Nu Kim dit weet, besluit ze dat haar verteltafel tot nu toe te aards is, en dat ze er goed aan doet om er ook de boompjes aan toe te voegen uit haar verzameling klein materiaal.
De verteltafel gebruikt Kim voor levensbeschouwelijke communicatie. Hij is er voor elk groepje kleuters dat kiest om bij de tafel te komen werken met plasticine, met klein materiaal een wereldspel te spelen en te praten over de groei van de tuinkers. Maar als eersten mogen Wenneke, Aisja en Arno bij de verteltafel met juffrouw Kim praten over hun gedachten over doodgaan. Dit heeft voor elk een andere betekenis: begraven worden in de aarde, in de wolken zijn en bij Allah in zijn schitterende tuin zijn.

Over die interactie tussen de leerkracht en de kleuters, schrijven Duinstra en Van Remundt dat ‘levensbeschouwelijke communicatie voor iedere leerling toegankelijk en herkenbaar is. De erkenning voor elke cultuur staat voorop en wordt positief gewaardeerd. En er wordt gezocht naar overeenkomsten, zonder de verschillen te negeren.’

Literatuur

Deen, R., F. Houtzager, Een geschenk van de Woestijn. Echelon, Amsterdam, 1995.

Duinstra, T., J. van Remundt, Eigentijds Basisonderwijs 1919-2020: Levensbeschouwelijke communicatie. Echelon, Amsterdam, 2000.

Duinstra, T., J. van Remundt, De Vleugels van de Tijd. Echelon, Amsterdam, 2000.