naar homepagina

Protocol bij een sterfgeval

A Het bericht komt binnen
B Het crisisteam
C Het verstrekken van informatie
D Het vertellen van het verdrietige nieuws aan de kinderen
E Organisatorische aanpassingen
F Contacten met de ouders van de overige leerlingen
G Begeleiding tussen overlijden en uitvaart
H Werkvormen
I Nazorg

Colofon:
Oldenzaal, 2003
Jos van Remundt
Rick Schulten
isbn 90 72998 47 2


Voor meer en andere informatie De Vleugels van de Tijd (afsluiting blz. 100, dood blz. 101)


A Het bericht komt binnen

Vooraf:
Zorg ervoor dat de school bereikbaar is. Het kan gebeuren dat in een vakantie iemand overlijdt die directe banden heeft met de school! De naam en telefoonnummer van de contactpersoon kan op de schoolkalender of in de schoolgids opgenomen worden.
Binnenkomst van het bericht:
Bij een ongeval, een overlijden op school of een overlijden waarbij de school betrokken is, zorgt de ontvanger voor:

- opvang voor degene die het meldt en de eventuele getuigen
- doorgeven van de melding aan de schoolleiding.

Schoolleiding en ontvanger:

- verifiëren de omstandigheden waaronder de gebeurtenis plaatsvond;
- brengen zonodig de hulpverlening op gang;
- gaan na of iedereen op school is die er moet zijn;
- zorgen ervoor dat leerlingen die zich op de plaats van het ongeval bevinden naar school worden gehaald;
- gaan de gegevens van de overledene na;
- zorgen ervoor dat het bericht tot nader order geheim blijft;
- zoeken contact met de nabestaanden (eventueel in samenwerking met politie, huisarts, schoolarts, slachtofferhulp, en dergelijke).

Bij andere omstandigheden:

- melding verifiëren, wanneer het bericht niet afkomstig is van de familie of andere bevoegden;
- zorgen voor informatie over wie, wat, waar en hoe het is gebeurd;
- zorgen voor telefonische bereikbaarheid van de school (ook buiten schooltijd);
- geheimhouding van het bericht tot nader order.

B Het crisisteam

Zo spoedig mogelijk wordt een crisisteam samengesteld dat de activiteiten ontwikkelt en coördineert. Dit team bestaat uit iemand van de schoolleiding, de groepsleerkracht en, eventueel, anderen zoals de interne begeleider en/of een extern deskundige. Eén persoon wordt als eindverantwoordelijke aangewezen.

Het crisisteam is verantwoordelijk voor:

- informatie van de betrokkenen;
- organisatorische aanpassingen;
- opvang van leerlingen en collegae;
- contacten met de ouder(s) / verzorgers; schakel hiervoor een contactouder in;
- regelingen in verband met rouwbezoek, herdenkingsbijeenkomst (op school) en uitvaart;
- administratieve afwikkeling;
- nazorg van de betrokkenen.

Directeur R. Schulten van de Francicusschool te Oldenzaal:
"Het ongeluk gebeurde even voor half negen, maar ik hoorde pas om elf uur definitief dat zij in het ziekenhuis was overleden. Dan licht je de leerkracht in en vangt haar zo goed en zo kwaad als dat gaat op. Vervolgens heb ik de vertrouwenspersoon van onze school ingeschakeld die zorgdraagt voor de emotionele opvang van de kinderen. Natuurlijk ben je gebroken, maar tegelijkertijd komt er iets zakelijks over je. Er ligt een protocol klaar, waarin duidelijk staat beschreven hoe te handelen in dit soort gevallen. Een protocol als deze valt en staat met goede communicatie in het team en de juiste intuïtie. Daar heb ik me in de eerste instantie aan gehouden. Betrapte mezelf erop dat ik al vrij snel een brief voor alle ouders aan het schrijven was."
Begeleider J. Van Remundt:
"Iedereen heeft op zo'n moment, waarin de bodem onder je voeten wordt weggeslagen, behoefte aan structuur en duidelijkheid."
Uit: Tubantia/Twentsche Courant, 11 10 03.


C Het verstrekken van de informatie

Het crisisteam gaat na wie geïnformeerd moet worden over het overlijden:

- het personeel, ook de parttimers en de oud-collega's;
- de klas van de leerling;
- familieleden, broers of zusjes, neven en nichten die op school zitten;
- collega-scholen waar de betrokkene een relatie mee heeft;
- ex-klasgenoten en oud-leerlingen;
- vrienden en vriendinnen in andere klassen;
- overige leerlingen (denk ook aan leerlingen in de gymzaal, op excursie, schoolreis en dergelijke);
- chauffeur en leerlingen die meereizen wanneer de leerling met het busje naar school kwam (bijvoorbeeld in het speciaal onderwijs);
- ouders, ouderraad;
- schoolbestuur;
- personen en instanties die mogelijk contact opnemen met de familie zoals externe hulpverlening, leerplichtambtenaar, GGD en dergelijke.

Het team spreekt af wie wie informeert. Bijzondere aandacht moet er zijn voor de nauwst betrokkenen. Zeker zij moeten het bericht op een zorgvuldige wijze krijgen.


D Het vertellen van het verdrietige nieuws aan de kinderen

Aandachtspunten vooraf:

- De groepsleerkrachten bereiden zich voor op het gesprek met hun klas. Het kan zijn dat er leerkrachten zijn die erg veel moeite hebben om met het slechte nieuws de klas in te gaan. Hierbij kan de vertrouwenspersoon of de schoolcontactpersoon een belangrijke rol vervullen.
- Creëer een sfeer waarin het mogelijk is om te zeggen dat je er moeite mee hebt, of misschien wel dat je het niet kunt. Bekijk in hoeverre je elkaar kunt ondersteunen met tips.
- Zorg -indien mogelijk- dat een van de leerkrachten ambulant is en kan bijspringen. Het kan zijn dat er leerlingen zijn die extra opvang behoeven.
- Probeer de opvang zoveel mogelijk in de klas te houden, maar zorg dat er een ruimte is waar leerlingen naartoe kunnen die alleen maar willen huilen of erg overstuur zijn.
- Schakel de schoolcontactpersoon in.
- Denk na over de rol die contactouders kunnen spelen.
- Wees erop voorbereid dat deze jobstijding andere verlieservaringen kan reactiveren, zowel bij leerlingen als bij leerkrachten.
- Zorg dat je werkvormen bij de hand hebt die verwerking stimuleren Zie hierover meer op de website bij het werken met mandala's (en werkbladen), en zie bij H. werkvormen.
- Bereid je goed voor: wat ga je zeggen en hoe, welke effecten kan je verwachten.

De mededeling

- Begin met een inleidende zin.
- Vertel het hoe, waar en wanneer van de gebeurtenis.
- Breng het bericht over zonder eromheen te draaien.
- Geef in eerste instantie alleen de hoogst noodzakelijk informatie.
- Neem voldoende tijd voor emoties.
Wanneer de emoties wat luwen en de kinderen vragen hoe het verder moet, kun je overstappen naar de volgende informatie:
- Vertel hoe het contact verloopt met de familie.
- Geef uitleg over gevoelens van verdriet die naar boven kunnen komen (eenieder verwerkt het verdriet op zijn eigen manier, huilen mag, niet huilen is ook normaal).
- Vertel bij wie de leerlingen terecht kunnen voor een persoonlijk gesprek.
- Laat de kinderen weten hoe het programma van deze dag en van de komende dagen eruit ziet.
- Geef, als er naar gevraagd wordt, heel summier uitleg over rouwbezoek en uitvaart (vaak kan dat beter in een later stadium).

Directeur R. Schulten van de Franciscusschool te Oldenzaal:
" Die middag hebben wij met het team vergaderd. Ik vond het opvallend hoe snel en doortastend alles verliep. Van het opstellen van de tekst voor de overlijdensadvertentie tot het samenstellen van de herdenkingsdienst die we vrijdagmiddag op de school wilden houden." ---- "Het moest geen afscheidsdienst worden, maar een herinneringsdienst. Elke groep deed iets voor haar. Een gedicht over 'huilen mag' en schilderijen van de hemel. Het was expliciet voor de kinderen en ontroerend mooi. Na afloop was het onwerkelijk stil. De bijeenkomst was goed en we konden de kinderen niet 'leeg' het weekend in sturen."
Begeleider J. Van Remundt:
"
Het wezenlijke van rouwverwerking is dat je uiteindelijk het verlies accepteert. Door het accepteren kun je verder gaan. Zoiets duurt jaren."
Uit: Tubantia/Twentsche Courant , 11 10 03

E Organisatorische aanpassingen

Algemeen

- Als leerlingen per se naar huis willen, ga dan na of de ouders thuis zijn, op de hoogte zijn en hun kind kunnen ophalen, of zorg voor begeleiding naar huis.
- Zorg dat ruim bij aanvang van de schooltijd alle leerkrachten buiten aanwezig zijn. Zo vangen zij alle signalen op die bij de kinderen en de ouders leven.
- Kijk kritisch naar de activiteiten die de school de komende dagen organiseert, zoals feesten, sportdagen en dergelijke. Wellicht is afgelasting of uitstel nodig.
- Regel desgewenst de organisatie van een afscheidsdienst op school (dat kan op een eenvoudige wijze georganiseerd worden. Elke groep kan een activiteit doen zoals een gedicht voorlezen, een lied zingen, een verhaal voorlezen, een tekening laten zien en daarover wat vertellen, een kaars aansteken… (Zie voor meer suggesties bij de150 werkvormen in De Vleugels van de Tijd)

Contacten met ouders van de overleden leerling.

Het eerste bezoek

- Neem nog dezelfde dag contact op.
- Maak voor dezelfde dag een afspraak voor een huisbezoek.
- Zorg voor een lijst van onderwerpen die je in ieder geval wilt bespreken, want door emoties kun je wat vergeten.
- Ga bij voorkeur samen met iemand van de schoolleiding.
- Houd er rekening mee dat het eerste bezoek meestal alleen een uitwisseling is van gevoelens.
- Vraag of je de volgende dag op bezoek mag om verdere afspraken te maken.
- Neem contact op met degenen uit de betrokken levensbeschouwelijk traditie. Want zij kunnen een belangrijke rol spelen bij de uitvaart en de rouwverwerking (zie cultuurverschillen op deze website )

De tweede dag

- Vraag wat de school kan betekenen voor de ouders.
- Overleg over alle te nemen stappen:
- bezoekmogelijkheden van leerlingen;
- plaatsen van een rouwadvertentie;
- afscheid nemen van de overleden leerling;
- bijdragen aan de uitvaart;
- bijwonen van de uitvaart;
- afscheids- of herdenkingsdienst op school.

F Contacten met de ouders van de overige leerlingen
Informeer de ouders via een brief.
De eerste brief

- de gebeurtenis, dus wat is er gebeurd

De tweede brief

- organisatorische (rooster-)aanpassingen;
- zorg voor de leerlingen op school;
- contactpersonen op school;
- regels over aanwezigheid;
- rouwbezoek en aanwezigheid bij de uitvaarten de andere bijeenkomsten;
- (eventueel) afscheidsdienst op school;
- nazorg voor de leerlingen;
- (eventueel) rouwprocessen bij kinderen en problemen die zich daarbij kunnen voordoen;
- contact met de schoolverpleegkundige;
- contact met slachtofferhulp.

G Begeleiding tussen overlijden en uitvaart
Algemeen:

- Heb veel aandacht voor gedrag / verdriet van de leerlingen en de betrokken ouders. Na de uitvaart kan men bij elkaar komen om gedachten / gevoelens te delen, eventueel op school. Dit om niet 'leeg' en 'verloren' weg te gaan.
- Creëer een herinneringsplek. Haal de lege stoel niet meteen weg. Bedenk met de klas hoe je de overledene het best kunt gedenken: foto, kaars, bloemen, attributen van het kind, geliefd speelgoed…
- Creëer veel ruimte voor vragen die leerlingen hebben. Sommige leerlingen die niet zo verbaal zijn, uiten zich beter creatief, bijvoorbeeld door te tekenen. Voor kleuters kan spelen, bijvoorbeeld in de huishoek (begrafenisje spelen), de verwerking bevorderen.
- Maak zonodig gebruik van speciale lessen om met de leerlingen te praten over hun gevoelens en te werken aan het afscheid nemen.
- Spreek af wie het contact met de ouders onderhoudt. Stimuleer de klasgenootjes op bezoek te gaan (als de ouders dat op prijs stellen).
- Ga, na overleg met de ouders van de overleden leerling, met de kinderen aan het werk om bijdragen te leveren voor de dienst(en): teksten, tekstboekjes maken, muziek maken, bloemen dragen.
- Spreek af wat de kinderen nog meer kunnen doen bij de verschillende diensten.
- Controleer zonodig of de overleden leerling toonbaar is alvorens met de kinderen op rouwbezoek te gaan.
- Bereid het bijwonen van de uitvaart goed voor. Vertel de kinderen wat ze kunnen verwachten;
houdt rekening met cultuurverschillen: een Molukse begrafenis is compleet anders dan een rooms-katholieke, zie ook cultuurverschillen op deze website .
- Is er een vlaggenstok op school; overweeg dan de vlaggenstok halfstok te hangen.
Organiseer eventueel, in overleg met de ouders, een afscheidsdienst op school om zoveel mogelijk leerlingen de kans te geven afscheid te nemen.
- Vang de leerlingen na de uitvaart op om nog na te praten.
- Voor de achterblijvende gezinsleden is het vaak moeilijk, want er ontstaat een leegte. Van een school heeft een groep een knuffel aan het kind gegeven toen haar vader was overleden. Het kind was er blij mee. Het is niet als vervanging van vader, maar het had iets van haar klasgenoten en ze wist dat ze aan haar dachten.

H Werkvormen
Om de leerlingen te helpen bij het verwerkingsproces kunnen tal van werkvormen en methodieken worden toegepast. De keuze zal afhangen van de omstandigheden, de leeftijd van de kinderen.
Mogelijkheden (zie voor suggesties en uitwerking De Vleugels van de Tijd):

- kringgesprek;
- themaproject doen (zie bij onderbouwprojecten ; midden- en bovenbouwproject);
- schrijven van een tekst of een opstel;
- voordragen van gedichten, voorlezen van verhalen;
- individueel schrijven van een afscheidsbrief
- schrijven van een condoleancebrief, gezamenlijk of individueel, of het opstellen van een rouwadvertentie namens de groep of school;
- verwoorden van emoties met behulp van stellingen, foto's, gedichten…
- uiten van emoties door het te tekenen (van mandala), schilderen, kleuren, muziek maken;
- maken van een boek als een gezamenlijke herinnering (die kan ook een tijd op de herdenkingstafel liggen, zo kan deze steeds bijgevuld worden);
- gezamenlijk nadenken hoe het zo ver heeft kunnen komen, zoals een verkeersongeluk, of over de omgang met elkaar.


Aandachtspunten bij deze werkvormen zijn:

- ruimte voor positieve of negatieve gevoelens jegens de overledene;
- religie en levensbeschouwelijke overeenkomsten en verschillen;
- fantasievoorstellingen bij de kinderen.

"Binnen in de gang staat de gedenktafel van het overleden kind uit groep 6. Iedereen mag er naar toe wanneer hij/zij wil. Om troost te vinden of zomaar even bij stil te staan en te bladeren in haar agenda en schoonschrijfschrift. Niets is gek en huilen mag. Er staan rozen en zonnebloemen en er hangen kaarten met lieve wensen voor het meisje dat vast en zeker in de hemel is. Er staat een foto van de overledene en daar brandt de hele dag een kaars voor.
Kinderen bladeren geïnteresseerd door de dikke stapel tekeningen van engeltjes met vleugels in hemelsblauwe lichten, huilende zonnen in de bovenhoek met trieste gezichten en mondhoeken die omlaag hangen. 'Ik wou dat je niet dood was…' De tafel blijft voorlopig staan
."
Uit: Tubantia / Twentsche Courant, 11 -10 - 03

I Nazorg

- Creëer een blijvende plek voor de overledene, maar laat ook merken dat het leven weer doorgaat.
- Probeer zomogelijk de dag na de uitvaart weer te starten met de lessen.
- Organiseer gerichte activiteiten om het rouwproces te bevorderen zoals: schrijven, tekenen of het werken met gevoelens.
- Let op signalen van kinderen die het moeilijk hebben. Sommige kinderen stellen hun rouw uit en tonen pas na maanden verdriet.
- Let speciaal op risicoleerlingen: kinderen die al eerder een verlies hebben geleden.
- Geef kinderen die veel moeite hebben met het verwerken van het verlies individuele begeleiding.
- Sta af en toe stil bij herinneringen, besteed aandacht aan speciale dagen zoals de verjaardag en de sterfdag van de overleden leerling.
- Denk op speciale dagen ook aan broers, zussen en de ouders van de overleden leerling.
- Heb oog voor de moeilijke momenten van de ouders van de overledene: schoolreisjes, ouderavonden en dergelijke. Een kaartje of een ander gebaar is op die momenten heel ondersteunend.
- Rond aan het einde van het schooljaar iets af met de kinderen van de klas van de overledene.
- U kunt met de kinderen het graf of de bijzetting (urn) bezoeken.
- Houd oog voor de broertjes en zusjes van het overleden kind.
Administratieve zaken
- Ga zorgvuldig om met alles wat er van het overleden kind nog op school is: voor ouders zijn dit waardevolle zaken. Geef geen bezittingen mee aan broers of zusjes.
- Tijdens latere contacten kunnen ook financiële zaken ter spraken komen, zoals eventueel (gedeeltelijke) restitutie van ouderbijdragen.
- Vraag bij het eerstvolgende contact met de ouders van de kinderen uit de groep of de school of er nog problemen zijn met betrekking tot de rouwverwerking.

Bronnen:
Fiddelaers-Jaspers, Riet, Afscheid voor altijd - omgaan met verdriet en rouw in het primair onderwijs', 1996, Schoolpers, in samenwerking met KPC
Fiddelaers-Jaspers, Riet, 'Jong verlies - handreiking voor het omgaan met rouwende kinderen', 1998, Kok Lyra, in samenwerking met KPC Onderwijs Adviseurs

naar homepagina
^