|
Rouw
en verwerken
Oldenzaal
2003
Jos van Remundt
eindredactie: Wouter Jacobs
isbn 90 72998
46 4
inhoud:
Voorwoord
Doelstellingen
Rouwproces bij Kinderen
Rouwcirkel
Rouwproces in fasen
Een voorbeeld van omgaan
met de dood

Voor
extra informatie
De Vleugels van de Tijd (Afsluiting blz.
100, Dood blz. 101)
Voorwoord
Hoewel opvoeders verdrietige aspecten van het leven zoals de dood, vaak
ver weg van kinderen willen houden, is het toch een onderwerp waar ook
zij mee te maken krijgen. Dit kan het overlijden zijn van een familielid
of het doodgaan van een huisdier, maar ook via de televisie worden kinderen
veelvuldig met de dood geconfronteerd. Dat de dood bij het leven hoort,
lijkt een helder gegeven, toch blijkt het in de praktijk nog moeilijk
genoeg te zijn om dit onderwerp met kinderen te bespreken. Wij vinden
het dan ook belangrijk dat de basisschool haar steentje bijdraagt, om
in een veilige omgeving, te komen tot een 'open' houding met betrekking
tot de dood. Zo worden kinderen in staat gesteld om zich te uiten en leren
ze omgaan met rouw, verlies, afscheid, gevoelens, ziekte, schuld en andere
aspecten die het onderwerp 'dood', met zich meebrengt.
Doelstellingen
Het uitgangspunt van dit schrijven is dat wij groot belang hechten aan
de beschikbaarheid van een hoeveelheid lessuggesties, dan wel uitgewerkte
vraagstellingen en literatuurlijsten over het onderwerp 'dood'. Juist
omdat het zo gevoelig ligt is een zekere mate van houvast, beschreven
op deze website geen overbodige luxe. Ook vonden wij dat een checklist
voor een overlijden waar de school bij is betrokken en die ook op deze
website is opgenomen, niet mocht ontbreken. Zo kan er op iedere school
een draaiboek
op de plank liggen die gebruikt kan worden in de volgende situaties:
-
overlijden van een dierbare zoals opa, oma, vader, moeder, broer, zus,
of ander familielid, een klasgenoot of vriendje, huisdier etc.;
- een actualiteit, bijvoorbeeld de ramp in Enschede of Volendam, maar
ook een aardbeving in India zou aanleiding kunnen zijn om dit thema
verder uit werken;
- een maatschappelijke discussie over bijvoorbeeld oorlog of zinloos
geweld (bovenbouw);
- het moment dat kinderen zich bezig houden met de dood en dat inbrengen
in de klas;
- zonder directe aanleiding, maar op initiatief van de leerkracht, het
onderwerp dient als kapstok om te komen tot het praten over gevoelens;
- zonder directe aanleiding, maar op initiatief van de leerkracht, het
onderwerp dient als kapstok om te komen tot kennis van andere culturen;
- zonder directe aanleiding, maar op initiatief van de leerkracht, om
op een informatieve wijze om te gaan met de dood.
Rouwproces
bij kinderen
Om te begrijpen hoe het rouwproces bij kinderen verloopt, is het van belang
om te weten wat rouw eigenlijk inhoudt. Het is te vergelijken met een
lichamelijke wond die tijd nodig heeft om te genezen. Het hele lichaam
is erbij betrokken; de energie gaat voornamelijk naar de genezing waardoor
de rest van het lijf uit balans raakt. Het evenwicht is zoek, en ieder
individu heeft zijn eigen manier en tijd nodig om te herstellen. Rouwen
ontstaat door verlies van iemand waar je van houdt. Rouwen en houden van
zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. In onderstaande cirkel zijn
de fasen van het contact tot de verwerking van het verlies, die een plek
dient te krijgen, weergegeven.
Rouwcirkel
Ondanks dat het rouwproces bij kinderen in grote lijnen hetzelfde verloopt
als bij volwassenen, zijn er ook verschillen. Deze verschillen komen tot
uiting op vier gebieden, te weten: de ontwikkelingsfase, het denken, het
voelen en het gedrag.
De
ontwikkelingsfase
Omdat kinderen nog volop in het psychologisch- en emotionele ontwikkelingproces
zitten, moeten rouw en innerlijke groei gelijktijdig plaatsvinden. Omdat
bij volwassen het ontwikkelingsproces min of meer is afgerond, kunnen
zij een 'pauze' inlassen om het rouwproces de ruimte te geven. Bij kinderen
loopt dit dus samen, wat kan betekenen dat de rouw of het ontwikkelingsproces,
kan stagneren.
Het denken
Kinderen houden vast aan een eigen werkelijkheid die vaak wordt ingegeven
door de volwassenen om hen heen. Ze zijn nog niet goed in staat tot
het leggen van de soms noodzakelijke verbindingen of het plaatsen van
een gegeven binnen een context. Dit kan leiden tot verkeerde inschattingen,
zoals blijkt uit het volgende voorbeeld:
"Mijn zoon Emiel was vier jaar toen zijn opa plotseling overleed
aan een hartaanval. Hoewel er vaak en open over opa's dood werd gesproken,
bleek toch een jaar later hoe Emiel zijn eigen conclusies had getrokken.
Op weg naar de kapper vroeg ik aan Emiel hoe kort zijn haar geknipt
moest worden. Hij zei dat er bijna niets af mocht. Toen ik zei dat ik
vond dat het lekker kort geknipt moest worden omdat het zomer was, begon
hij te huilen. Ik vroeg hem waarom hij huilde en hij zei: "Als
mijn haar kort geknipt wordt, ga ik ook dood net als opa, want die was
ook kaal!"
Het voelen
De emoties van kinderen en de mogelijkheden die ze hebben om te voelen,
verschilt wezenlijk niets met die van volwassenen. Wel hebben volwassen
door hun levenservaring geleerd hoe ze gevoelens kunnen herkennen, benoemen
en hoe ze er mee om moeten gaan. Heftige emoties worden na verloop van
tijd minder, zo weten volwassen. Kinderen voelen alleen het moment,
dat als uitzichtloos ervaren kan worden. Het is de taak van de volwassen
het uitingsgedrag van kinderen te leren begrijpen, zodat ze hen daarin
kunnen begeleiden.
Het gedrag
Juist bij kinderen is het gedrag in een rouwproces kenmerkend voor het
uiten van hun gevoelens. Anders dan volwassen vaak verwachten uit het
kind zijn verdriet door bijvoorbeeld:
· angst en agressie
· gedrag- en slaapstoornissen
· eet- en zindelijkheidsproblemen
· buitensporig huilen
· teruggetrokkenheid
· diverse lichamelijke symptomen
Door volwassen wordt dit gedrag vaak niet in relatie gebracht met het
rouwproces en wordt het kind in plaats van getroost, bekritiseerd.
Wat
doet de school?
Zoals gezegd heeft de school de taak een open houding van kinderen, met
betrekking tot de dood, te bewerkstelligen. Hiervoor is het van groot
belang dat kinderen zich veilig genoeg voelen om vragen te stellen, zich
te uiten maar ook om zich te laten troosten. De leerkracht dient een pedagogisch
klimaat in de klas te creëren waarbij het kind het gevoel krijgt
dat er ruimte is om te komen met de zaken die hem of haar bezighoudt.
De leerkracht heeft niet alleen een luisterende functie maar zeker ook
een actieve. Zo wordt van de leerkracht verwacht dat hij met veel kinderen
kan informeren, kan ingaan op vragen, contact kan onderhouden met de ouders,
kan troosten, en kan begeleiden bij het rouwproces van kinderen. De belangrijkste
steun op school is echter de erkenning van het verdriet, door gebruik
van dit lesmateriaal, het moeilijke onderwerp bespreekbaar te maken.
Rouwproces
in fasen
Een rouwproces doorloopt verschillende fasen, het is geen lineair proces.
Deze vijf fasen zijn wel noodzakelijk voor verwerking:
-
de dood erkennen
- emoties toelaten
- het leven aanpassen
- de dode een plek geven
- nieuwe relaties aangaan.
De
dood erkennen is erg belangrijk. Dood hoort immers bij het leven. Veel
mensen zijn hier liever niet mee bezig. Zeker waar nu in onze westerse
samenleving jong en gezond hoog in het vaandel staat! En wanneer men er
toch mee bezig is dan is het vaak nog met onmacht de dood erkennen. In
feite is de dood erkennen dan ook het leven erkennen. De projecten
Derk Das blijft altijd bij ons, naar aanleiding van het gelijknamige
prentenboek voor groep 1 - 3, en het project
Ik wil naar buiten
uit de reeks Verhalencarrousel , voor groep 3 - 4, gaan hier verder op
in.
De
dood ontkennen, de meest gebruikte strategieën:
Doemdenken:
'In wezen had ik al afscheid genomen.'
Vermijden: 'Ik wil het even niet weten, het zal er wel de tijd
voor zijn'.
Zichzelf de moed toespreken: 'Kop op, het leven gaat door'.
Een oorzaak zoeken: 'Het zal wel liggen aan de automobilist,
het zal wel aan eigen gedrag liggen'.
Positieve wending geven: 'Gods wil, ik zal er wel sterker van
worden'.
Berusten: 'Het hoort bij het leven'.
Vergelijken: "Ze is toch wel ouder geworden dan haar tante.
Ze heeft toch wel een mooi leven gehad'.
Ook
in deze projecten proberen we de emoties toe te laten. Werken met mandala's
is uitermate geschikt. Alleen, en dat kan niet vaak genoeg gezegd worden:
men kan ook met deze projecten werken als het niet 'actueel' is.
Bij verlies, dood of scheiding, zal men het leven moeten (leren) aanpassen.
Het gat zal niet zomaar worden opgevuld: de leegte is dagelijks pijnlijk
voelbaar: de lege tafel, geen praatje of een afspraak, geen
Kleine
kinderen verliezen hun nodige houvast en kunnen daar angstig van worden.
Van pubers die bezig zijn hun eigen leven op te bouwen, krijgen problemen,
omdat ze een klankbord zijn verloren. Volwassenen kunnen voor hen de onzekerheid
en angst te beperken door aanwezig te zijn en te helpen. Het leven aanpassen
is niet gemakkelijk, maar het lost niets op om te vluchten in een vakantie,
een nieuwe relatie enzovoort. De dode of het verlies zal eerst een plek
gegeven moeten worden. Hiermee wordt bedoeld dan men er vrede mee heeft
dat de ander dood is. Dat duurt vaak enige tijd. Uit vele onderzoeken
is gebleken dat onverwerkte rouw tot veel klachten kan leiden.Na een enige
tijd zal juist de realiteit van het verlies in volle omvang doordringen.
En wanneer dat erkend is, dan is het ook mogelijk om rouwverwerking een
kans te geven. Binnen de katholieke kerk kon men ook op gezette tijden
een mis als herdenking bijwonen en op Allerzielen aan de dierbare denken.
Deze vorm van rouwen en 'afbouwen' blijkt goed te werken. Daarom is het
verstandig om rituelen uit verschillende levensbeschouwingen te bekijken
of naar andere vormen te zoeken.
Wanneer de dode een plaats is gegeven, kan men gemakkelijker nieuwe relaties
aangaan.
Een voorbeeld van omgaan met de dood
Hier staat een voorbeeld van een les levensbeschouwelijke communicatie
die is gegeven in groep zes van de Franciscusschool in Oldenzaal. Het
thema van de les was: de dood. De les bestond uit vier delen:
1
Een bordassociatie over de dood. De kinderen noemen woorden die met
de dood te maken hebben. De volgende woorden werden genoemd: kist, grond,
ster, maan, vogel, bloem, kaars, kruis, engel, uil, verdriet, pijn,
angst, donker, licht, zon.
2 De kinderen mochten elkaars associaties gebruiken bij het intekenen
en inkleuren van een mandala.
3 Ze schreven achterop de mandala wat ze hadden getekend, en
waarom ze voor die kleuren en tekeningen hadden gekozen. 
4 Ze bekeken en bespraken de mandala's van elkaar.
|